Phytomyza smyrnii Spencer, 1954

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange gangmijn met onregelmatig uitgevreten zijden. Het allereerste deel is onderzijdig, daarna wordt de mijn bovenzijdig. Vooral het latere deel van de mijn is heel ondiep. Frass aanvankelijk in twee rijen korrels, verderop in een onduidelijke centrale lijn. Verpopping buiten de mijn, boogsnede in de onderepidermis.

mine Long gallery with the sides irregularly scalloped out. The very first part is lower-surface, the remainder is upper-surface. Especially the later part of the mine is very shallow. Frass at first in two rows of grains, later in an indistinct central line. Pupation external, exit slit in the lower epidermis.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Smyrnium olusatrum.

fenologie Larven verzameld in midden maart; ze leverden enkele dagen daarna al puparia (Spencer, 1965d).

phenology Larvae, collected in mid-March, pupated a few days later (Spencer, 1965d).

verspreiding binnen Europa Portugal (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Portugal (Fauna Europaea, 2009).

literatuur

references

Hering (1955a, 1957a), Spencer (1954d).

22/12/2011