Phytomyza soenderupi Hering, 1941

Diptera, Agromyzidae

mijn Essentieel een boorder in de bladsteel of bloemstengel, maar soms maakt de larve vanuit de bladsteel ook gangen in de bladschijf. Verpopping in de bladsteel.

mine Essentially a borer in the petiole or flower stalk, but now and then the larva may make also corridors in the leaf blade. Pupation in the petiole.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Caltha palustris

fenologie Larven in juni en augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June and August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Engeland, Denemarken, Duitsland, Litouwen (Fauna Europaea, 2008); ook Noorwegen (Andersen & Jonassen, 1994a) en Zwitserland (Černý & Merz, 2007a).

distribution within Europe Britain, Denmark, Germany, Lithuania (Fauna Europaea, 2008); also Norway (Andersen & Jonassen, 1994a) and Switzerland (Černý & Merz, 2007a).

puparium de Meijere (1943a).

puparium de Meijere (1943a).

opmerkingen Bladmijnen treden speciaal op bij planten op relatief droge standplaatsen; deze hebben een kortere bladsteel.

notes Leaf mines are formed mostly in plants in relatively dry situations; here the petiole tends to be shorter.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Bland (2001a), Černý (2013a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Hering (1941a, 1957a), de Meijere (1943a), Pakalniškis (2004a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1999a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

18/10/2016