Phytomyza spoliata Strobl, 1906

Diptera, Agromyzidae

mijn Sterk vertakte bovenzijdige gang, waarvan de brede windingen zo dicht opeen kunnen liggen dat een secundaire blaas ontstaat. Frass in kleine korreltjes. Verpopping buiten de mijn.

mine Strongly branched upper-surface corridor, easily forming a secondry blotch. Frass in small grains. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag.

hostplants: Asteraceae, monophagous

Centaurea calcitrapa, jacea & subsp. haynaldii, phrygia subsp. pseudophrygia, scabiosa subsp. sadleriana.

"Mogeljk ook Cirsium heterophyllum" (Spencer, 1976a).

"Possiby also Cirsium heterophyllum" (Spencer, 1976a).

fenologie Larven vanaf april (Hering, 1957a).

phenology Larvae from April (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Tsjechië; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland tot the Iberian Peninsula and Italy, and from the UK to the Baltic States and Czechia; also Thrace (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1934a); achterspiraculum met ca. 17 papillen.

larva Described by de Meijere (1934a); rear spiraclum with about 17 papillae.

puparium Zwart.

puparium Black.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Griffiths (1956b), Hering (1936b, 1956a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), McLean (1981a), de Meijere (1934a), Pakalniškis (1998a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Spencer (1966a, 1974a, 1976a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

27/04/2017