Phytomyza spondylii Robineau-Desvoidy, 1851 & Ph. pastinacae Hendel, 1923

Diptera, Agromyzidae

Heracleum sphondylium, Nieuwendam

Phytomyza spondylii s.l., mine

Heracleum sphondylium, Nieuwendam

mijn Lange, bovenzijdige, vaak vertakte, zich weinig verbredende gangmijn; randen ietwat uitgevreten, Vaak een aantal mijnen in een blad. Frass in korrels die dicht bijeen liggen, zelden hier of daar in korte snoertjes. De larve verlaat voor de verpopping de mijn via een boogvormige snede in de onderepidermis. Het puparium blijft soms aan het blad kleven. Voedingsprikjes onderzijdig.

mine Long, upper-surface, frequently branched, little widening corridor; sides somehwat irregular. Often several mines in a leaf. Frass in grains that are plced close together, rarely forming short pearl chains. Pupation outside the mine, exit slit in lower epidermis. Sometime the puparium sticks to the leaf. Feeding punctures in lower epidermis.

waardplanten: Apiaceae, oligofaag

hostplants: Apiaceae, oligophagous

Astrantia; Heracleum mantegazzianum, sphondylium & subsp. sibiricum; Levisticum officinale; Pastinaca sativa.

Pakalniškis (2000a) vermeldt daarnaast Ph. pastinacae van Angelica, Cicuta virosa en Conium.

Pakalniškis (2000a) moreover mentions Ph. pastinacae from Angelica, Cicuta virosa and Conium.

fenologie Larven in mei-juni en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Flaxweiler, Hobscheid).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach, Flaxweiler, Hobscheid).

verspreiding binnen Europa spondylii: geheel Europa, uitgezonderd de Balkan; pastinacae: van Letland tot de Pyreneeën, en van Ierland tot Oostenrijk; ook Portugal (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe spondylii: all of Europe, except the Balkan Peninsula; pastinacae: from Lativa to the Pyrenees, and from Ireland to Austria; also Portugal (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen spondylii: Phytomyza sphondylii Goureau, 1851; Ph. heraclei Kaltenbach, 1862; Ph. heracleiphaga Spencer, 19969; pastinacae: Ph. angelicella Frost, 1927.

synonyms spondylii: Phytomyza sphondylii Goureau, 1851; Ph. heraclei Kaltenbach, 1862; Ph. heracleiphaga Spencer, 19969; pastinacae: Ph. angelicella Frost, 1927.

opmerkingen Men heeft lang verondersteld dat Ph. pastinacae Hendel een synoniem was vas Ph. spondylii. Griffiths (1973b) ontdekte echter minitieuze maar constante verschillen in de mannelijke genitaliën. Beide soorten leven op zowel berenklauw als pastinaak, en er zijn vooralsnog geen verschilkenmerken bekend bij larven, puparia of mijnen. Zeer gewone soort; Allen (1956a) bestreekt de biologie.

notes For a long time Ph. pastinacae was considered a junior synonym of spondylii, until Griffiths (1973b) discovered minute but constant differences in the male genitalia. Both species live in Hogweed and Parsnip, and at the moment no differences are known in the larvae, puparia or mines. Very common species, of which Allen (1956a) described the biology.

literatuur

references

Allen (1956a,1957b), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beri (1971e), Beuk (1999a), Bland (1994b), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Corbet (2004a), Csóka (2003a), Drăghia (1967a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a, 1973c), Haase (1942a), Hansen, Hattendorf, Wittenberg, Reznik, Nielsen, Ravn & Nentwig (2006a) Heraceum sphondylium, Hering (1932a, 1955b, 1957a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1939a, 1924a, 1939a), Michalska (1970a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1986a, 1990a, 1996a, 1998a, 2000a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Robbins (1991a), Rydén (1926a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1954d, 1971a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Stolnicu (2008a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a)m Ureche (2010a), Utech (1962a), Zoerner (1969a, 1970a).

23/09/2016