Phytomyza stolonigena Hering, 1949

Diptera, Agromyzidae

Ranunculus repens, Oldenzaalsche Veen

Phytomyza stolonigena mine

Ranunculus repens, Oldenzaalsche Veen

zelfde mijn, vergroot

Phytomyza stolonigena mine

same mine, enlarged

mijn De larve mineert in de bladsteel, en vreet van daaruit gangen die uitstralen in het blad. De gangen zijn strak parallelwandig, weinig vertakt en zijn bijna voldiep, Bij verse mijnen zijn primaire vraatsporen zichtbaar. Larve verlaat de mijn voor de verpopping.

mine The lare mines in the petiole, from where it makes corridors fanning out in the blade. The corridors are parallel-sided, little branched and almost full-depth. In fresh mine primary feeding lines are visible. Pupation outside the mine.

waardplanten: Ranunculaceae, oligofaag

hostplants: Ranunculaceae, oligophagous

Ranunculus acris, bulbosus lanuginosus, lingua, repens.

fenologie Larven in augustus-october (Hering, 1957a).

phenology Larven in August-October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Mortelmans ea, 2013a).

NE waargenomen (Elis, één vindplaats).

LUX Begin mei 2003 werden in Kautenbach enkele lege mijnen gevonden op Ranunculus ficaria die mogelijk tot Ph. stolonigena behoorden.

BENELUX

BE recorded (Mortelmans ao, 2013a).

NE recorded (Ellis; one single locality).

LUX Some empty mines were found in Kautenbach in early May, 2003 on Ranunculus ficaria that possibly belonged to Ph. stolonigena.

verspreiding binnen Europa Van Engeland tot Polen en Litouwen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Britain to Poland and Lithuania (Fauna Europaea, 2008).

opmerkingen De mijn doet nogal denken aan die van Orthochaetes insignis; die is echter werkelijk voldiep, meer vertakt, en heeft slordig uitgevreten gangwanden (Hering 1949a). Ook de aanwezigheid van voedingsprikjes wijst natuurlijk op een agromyzide.

notes The mine rather resembles to one of Orthochaetes insignis. That mine is really full-depth, more branched, and has sides that are irregularly eaten out (Hering, 1949a). Of course also the presence of feeding punctures indicated an agromyzid.

literatuur

references

Beiger (1960a, 1965a, 1970a, 1980a), Buhr (1941, 1964a), Hering (1957a), Michalska (1976a), Mortelmans, Dekeukeleire & Baugnée (2013a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (2004a), Spencer (1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a, 1970a).

02/07/2013