Phytomyza taraxaci Hendel, 1927

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange gangmijn; het begin van de mijn is vaak voor een groot deel onderzijdig. Verpopping buiten de mijn (Hering, 1957a).

mine Long corridor; the first part of the mine often for a large part lower-surface. Pupation outside the mine (Hering, 1957a).

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Taraxacum officinale

fenologie Larven in mei-juni en september-october (Hering, 1957a).

phenology Larven in May-June and September-October (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

larve Larve zonder frontaal aanhangsel, achterspiraculum met ca. 20 papillen (Hering, 1957a).

larva Lara without a frontal appendae; rear spiraculum with about 20 papillae (Hering, 1957a).

opmerkingen Wat Hendel precies bedoeld heeft met Ph. taraxaci is niet duidelijk. Typenonderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. De beschrijving hierboven is gebaseerd op Hering's interpretatie. Von Tschirnhaus (1999a) daarentegen meent dat Ph. taraxaci auctorum beschouwd moet worden als een synoniem van Ph. marginella. Daar pleit echter tegen dat Hering (1957a) uitdrukkelijk stelt dat de larve van taraxaci geen frontaal aanhangsel heeft, en marginella (zjn'sonchi') juist wel. Zie ook Hering (1963a). De soort wordt niet genoemd in de Fauna Europaea (2008), ook niet in de synonymie.

Beuk (1999a) neemt taraxaci op in zijn checklist van de Nederlandse agromyziden (met niet Hendel, maar Hering als auteur, vermoedelijk bij vergissing). Hij verwijst daarbij naar de Meijere (1924a), en schrijft dat het een partiële misidentificatie is van Ph. hieracii. In het genoemde artikel van de Meijere komen de namen hieracii of taraxaci echter niet voor. Wel wordt taraxaci als Nederlands vermeld door de Meijere (1937a), maar welke soort daarmee bedoeld wordt is onvoldoende duidelijk; marginella kan het niet zijn (geen frontaal aanhangsel).

notes It is not clear what Hendel exactly meant with his Ph. taraxaci. A study of the types has not been done. The description above is based solely on Hering's intepretation. Von Tschirnhaus (1999a) is of the opinion that Ph. taraxaci auctorum is a synoynm of Ph. marginella. This is contradicted by Hering's explicit statement that the larva of taraxaci has no frontal appendage, contrary to marginella (his 'sonchi'). See also Hering (1963a). The species is not mentioned in the Fauna Europaea (2008), not even in synonymy.

Beuk (1999a) includes taraxaci in his checklist of the Dutch agromyzids (probably inadvertently citing Hering 1927, rather than Hendel as author). He refers to de Meijere (1924a), adding that it concerns a partial misidentification of Ph. hieracii. However, in the paper by de Mejjere quoted neither name occurs. In fact taraxaci is mentioned as occurring in the Netherlands by de Meijere (1937a), but it is not sufficiently clear which species he had in front of him; certainly not marginella (no frontal appendage).

literatuur

references

Beiger (1955a), Beuk (1999a), Buhr (1964a), Hering (1957a, 1963a), Kvičala (1938a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1937a), Nowakowski (1954a), Surányi (1942a), Zoerner (1969a.

modif. 10.i.2010