Phytomyza trollii Hering 1930

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gang, die zich uiteindelijk meestal sterk verbreedt; geen binding met de bladrand. Frass in wijd verspreide zwarte korrrels. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in de bovenepidermis,

mine Upper-surface corridor, usually strongly widened in the end; no association with the leaf margin. Frass in widely scattered black grains. Pupation outside the mine; exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Trollius europaeus.

fenologie Larven in mei-juni, één generatie (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May - June, one generation (Hering, 1957a)

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën en Alpen, en van Engeland tot Oostenrijk (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Pyrenees and the Alps, and from Britain to Austria (Fauna Europaea, 2009).

larve Mandibel met 2 tanden; chterspiraculum met 14-17 papillen (de Meijere, 1937a).

larva Mandible with 2 teeth; rear spiraculum with 14-17 papillae (de Meijere, 1937a).

pop Bruinzwart (de Meijere, 1934a)

pupa Brownish black (de Meijere, 1934a).

synoniemen Phytomyza wahlbergi Rydén, 1951.

synonyms Phytomyza wahlbergi Rydén, 1951.

literatuur

references

Bland, Godfray & Henshaw (1999a), Černý & Merz (2007a), Hartig (1939a), Hering (1930b, 1932a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1934a, 1937a), Pakalniškis (1994a, 1998a, 2004a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a).

29/03/2012