Phytomyza veronicicola Hering, 1925

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gangmijn, zonder binding met de bladrand. Na een eerste, min of meer rechte deel volgt een deel waar de gang zo dicht gewonden is dat vaak een secundaire blaasmijn ontstaat. Uiteindelijk gaat de gang nog een stukje rechtdoor, en eindigt dan in een poppenwieg. Frass in losse korrels of parelsnoertjes.

mine Upper-surface corridor, without association with the leaf margin. First part of the mine more or less straight. The following part consists of a densely wound corridor, often forming a secondary blotch. The final section again is more or less straight, and ends upon a pupal chamber. Frass in discrete grains or pearl chains.

waardplanten: Plantaginaceae, monofaag

hostplants: Plantaginaceae, monophagous

Veronica chamaedrys, montana, officinalis, spicata.

fenologie Larven in mei en october (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May and October (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot den Baltische Staten en Tsjechië(Fauna Europaea, 2008); Slowenië (Maček, 1999a); Zwitserland (Černý & Merz, 2007a).

distribution within Europe From Germany to the Baltic States and Czechia (Fauna Europaea, 2008); Slovenia (Maček, 1999a); Switzerland (Černý & Merz, 2007a).

larve Starý (1930a), de Meijere (1937a).

larva Starý (1930a), de Meijere (1937a).

puparium Zie de Meijere (1941a). Puparium zonder een donkere lijn in de lengte, overigens sterk gelijkend op dat van Ph. crassiseta.

puparium See de Meijere (1941a). Pupparium without a dark length band, otherwise strongly resembling the one of Ph. crassiseta.

literatuur

references

Černý (2001a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Hering (1925b, 1931-32f, 1957a), Maček (1999a), de Meijere (1941a), Pakalniškis (1993a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

22/10/2014