Phytomyza virosae Pakalniškis, 2000

Diptera, Agromyzidae

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Cicuta virosa.

fenologie Larven gevonden in eind september (Litouwen).

phenology Larvae fiund end September (Litouwen).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa door Pakalniškis beschreven uit Litouwen. Pakalniškis veronderstelt tevens dat de vermeldingen door Spencer (1990a) van Ph. sitchensis uit Duitsland en Engeland betrekking hebben op Ph. virosae.

distribution within Europe Described by Pakalniškis from Lithuania. Pakalniškis assumes that the records of Ph. sitchensis from Germany and Britain by Spencer (1990a) in fact refer to Ph. virosae.

opmerkingen Deze soort werd door Pakalniškis (2000a) beschreven uit Litouwen. Over mijn en puparium wordt slechts gezegd dat deze exact gelijk zijn aan de beschrijving van Ph. sitchensis Griffiths (1973b), een soort uit arctisch Canada, levend op Conioselinum chinense; over de larve schrijft Pakalniškis niet. De beschrijving door Griffiths van mijn en puparium luidt aldus: een geheel bovenzijdige, ondiepe (wittige), gangmijn die nauwgezet de bochten in de bladrand volgt, ca. 5 cm lang en 1-1.5 mm breed. Frass in fijne korrels, meestal dicht bijeen of in parelsnoertjes. De larve verlaat voor de verpopping de mijn via een bovenzijdige uitsnede. Puparium glanzend zwart, ca. 1.7 mm lang, grenzen tussen de segmenten niet diep ingesnoerd; geen anale lobben te zien.

notes This species was described from Lithuania by Pakalniškis (2000a). The only text he spends on the mine and the puparium is that they are exactly similar to those of Ph. sitchensis Griffiths (1973b), a species from arctic Canada, living on Conioselinum chinense; nothing is said about the larva by Pakalniškis. The description of the mine and the puparium by Griffith run as follows Mine entirely linear, mainly following sinuations of leaflet margins, about 5 cm long, 1-1.5 mm wide terminally; faeces deposited as fine particles, mostly close together or forming beaded strips; mine entirely on upper surface of leaf, appearing whitish green in reflected light; larvae leavin leaf through semicircular slit on upper surface before puparium formation. Puparia shining black, about 1.7 mm long, smoothly rounded with intersegmental boundaries scarcely impressed; anal lobes absent..

literatuur

references

Griffiths (1973b), Pakalniškis (2000a), Spencer (1990a).

modif. 27.x.2008