Phytomyza wahlgreni Rydén, 1944

Diptera, Agromyzidae

mijn De larve leeft in een gang van slechts enkele cm lang in de hoofdnerf. Als gevolg daarvan blijft het blad klein, en zwelt de nerf sterk, galachtig op. De gang kleurt later rood. Verpopping in de mijn, vlak bij een van te voren gereedgemaakte opening in de bovenzijde v an de mijn.

mine The larva lives in a corridor of just a few cm long within the midrib. The leaf is stunted and the midrib is strongy swollen, like galled. In the end the mine turns red. Pupation within the mine, near a previously made exit in the upper surface of the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Taraxacum officinale

fenologie Larven in april-mei (Hering, 1957a).

phenology Larvae in April-May (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Pyrenees and Italy, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Phytomyza taraxacocecis Hering, 1949.

synonyms Phytomyza taraxacocecis Hering, 1949.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Buhr (1955a, 1965a), Černý (2001a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Corbet (2004a), Griffiths (1964a), Hering (1949b, 1957a), Pakalniškis (1990a, 1998a), Redfern & Shirley (2011a), Spencer (1972a, 1976a), Spooner & Bowdrey (2012a), Süss (1992a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986b).

20/10/2014