Ptochomyza asparagi Hering, 1942

Diptera, Agromyzidae

mijn Minuscule mijntjes in de naaldjes. Zelden, maar dan in groot aantal, optredend in de schors van de dunne takken. Een blaadje wordt geheel uitgehold, soms verhuist de larve nadien nog naar een tweede blad. Puparium in de top of basis van de mijn (Hering, 1942a; Spencer, 1973b).

mine Diminutive mines in the needles. Rarely, but then in large numbers, also in the rind of thin branches. One leaf is completely mined out, sometimes the larva migrates to a second one. Puparium in the mine, either in the base or in the tip (Hering, 1942a; Spencer, 1973b).

waardplanten: Asparagaceae, monofaag

hostplants: Asaparagaceae, monophagous

Asparagus officinalis.

Geen schade van betekenis (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer, 1973b).

No damage to mention (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer, 1973b).

fenologie Mijnen in augustus (Hering, 1957a).

phenology Mines in August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot het Iberisch Schiereiland, en van Frankrijk tot Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Lithuania to the Iberian Peninsula, and from France to Hungary (Fauna Europaea, 2008).

larve De larve wordt uitvoerig beschreven door de Meijere (1943a); ze zijn nogal afwijkend, met lang-gesteelde voorspiracula en lang-uitgetrokken, stekelvormige achterspiracula.

larva The larvae are extensively described by de Meijere (194a). They are rather aberrant, with anterior spiracula on long stalks and strongly elongated spinelike rear spiracula.

literatuur

references

Beiger (1989a), Benavent ao (2004a), Buhr (1964a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Gil Ortiz (2009a), Hering (1942a, 1957a), de Meijere (1943a), Papp (2009a), Spencer (1973b), von Tschirnhaus (1999a) .

10/01/2017