Scaptomyza flava (Fallén, 1823)

Diptera, Drosophilidae

Brassica rapa, Amsterdam

Scaptomyza flava mine

Brassica rapa, Amsterdam

zelfde mijn in doorzicht (detail)

Scaptomyza flava mine

same mine lighted from behind (detail)

frasspatroon

Scaptomyza flava mine

frass pattern

Pisum sativum, Castricum

Scaptomyza flava mine

Pisum sativum, Castricum

mijnen overlappen elkaar, wat in doorzicht tot en grillig patroon leidt

Scaptomyza flava mine

mines cross and overlap, resulting in an erratic pattern when the mine is held against the light

Pisum sativum, Reusel: in een groot erwten-perceel was bijna elk blad aangetast

Scaptomyza flava mines

Pisum sativum, Reusel: in a large plot of peas almost no leaf remained unaffected

In tuinen is de soort zeer gewoon op Tropaeolum majus; Berkel-Enschot, © Paul van Wielink

Scaptomyza flava mine

In gardens the species is quite common on Tropaeolum majus; Berkel-Enschot, © Paul van Wielink

mijn Ovipositie in het bladweefsel, aan de onderzijde (het wijfje heeft een legboor). De mijn begint met een lange, soms zeer lange, slanke gang, die meestal grotendeels wordt overlopen door de latere ontwikkeling. Gewoonlijk loopt deze gang in de richting van de hoofdnerf, vaak langs een dikke zijnerf. Het volgende deel van de mijn is een grote, onregelmatig blaas boven het basale deel van de hoofdnerf; plaatselijk worden ook grote stukken weefsel van de hoofdnerf weggevreten. Vanuit deze blaas worden uitlopers gemaakt in het blad, meestal bovenzijdig, minder vaak onderzijdig of zelfs plaatselijk voldiep. Bij smalle bladeren, zoals van Diplotaxis, neemt de mijn de hele bladbreedte in. Vaak verscheidene larven in één mijn. Frass zwartgroen, poederfijn, in wolken, langs de gangwand, later in de periferie van de mijn of aan het eind van korte brede uitlopers van de blaas, soms schijnbaar afwezig. (De frass is vaak pas te zien na het openen van de mijn.) Puparium meestal in de grond, zelden in het blad, in een apart mijntje zonder frass. Hendel (1928a) beschrijft de biologie, de larve en het puparium.

mine Oviposition whitin the leaf tissue, at the lower surface (the female has an ovipositor). The first part of the mine is a long, sometimes very long, corridor, that mostly will be overrun by the later developments. Generally this corridor is directed, frequently guided by a thick vein, to the midrib. The next section of the mine is large, irregular blotch overlying the basal section of the midrib. Locally large chunks of midrib tissue are consumed. From this central blotch excursions are made into the leaf blade: generally upper-surface, less often lower-surface and locally full-depth. In plants with narrow leaves, like Diplotaxis, the mine may occupy the entire width of the leaf. Often several larvae together in a mine. Frass blackish green, powdery, in clouds, sometimes along the sides of the corridors, later more in the periphery of the mine and in the end of extensions of the blotch, sometimes seemingly absent. (Often the frass can only be seen after the mine has been opened). Pupation generally in the ground, rarely within he leaf, in a short mine without frass. Hendel (1928a) described the biology, larva and pupa.

waardplanten: nauw polyfaag, sterke voorkeur voor Brassicceae

hostplants: narrowly polyphagous, strong preference for Brassicceae

Aethionema; Alliaria petiolata; Alyssum; Anastatica hierochuntia; Anthyllis vulneraria; Arabidopsis thalaiana; Arabis alpina, glabra, hirsuta; Armoracia rusticana; Aubrieta deltoidea; Barbarea stricta, vulgaris; Berteroa incana; Biscutella; Brassica napus, nigra, oleraca, rapa; Braya; Bunias erucago, orientalis; Cakile maritima; Calepina irregularis; Camelina; Capsella bursa-pastoris, rubella; Cardamine amara, bulbifera, enneaphyllos, glanduligera, hirsuta, impatiens; Cardaminopsis arenosa; Cardaria draba; Cleome dodecandra, spinosa; Cochlearia auriculata, officinalis; Conringia orientalis; Coronopus didymus; Crambe cordifolia, koktebelica, maritima, tatarica; Diplotaxis muralis, tenuifolia; Draba; Eruca; Erucaria; Erucastrum; Erysimum cheiranthoides, cheiri, sylvestre; Euclidium; Fibigia; Heliophila amplexicaule; Hesperis matronalis; Hirschfeldia incana; Hypochaeris radicata; Iberis amara, imperialis, odorata, pinnata, sempervirens; Isatis tinctoria; Lepidium cartilagineum; Lobularia maritima; ; Lunaria annua; Malcolmia africana; Matthiola incana; Medicago; Moricandia arvensis; Myagrum perfoliatum; Nasturtium officinale; Neslia; Peltaria; Pisum sativum; Raphanus raphanistrum, sativus; Reseda alba, crystallina, lutea, muricata, odorata; Rorippa amphibia, palustris; Sinapis alba, arvensis; Sisymbrium altissimum, officinale, orientale, supinum; Teesdalia nudicaulis; Thlaspi arvense, brevistylum, perfoliatum; Trigonella; Tropaeolum majus, peregrinum; Zilla spinosa.

In beperkte mate schadelijk (Burger ea, 1985a; Máca, 1972a).

Minor pest (Burger ao, 1985a; Máca, 1972a).

fenologie Larven in mei-juni, augustus, en september (Hendel, 1828a; Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June, August, and September (Hendel, 1828a; Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX te verwachten (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Gosseries, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1939a).

LUX to be expected (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Entire Europe (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Scaptomyza, Scaptomyzella flaveola Meigen, 1830; Scaptomyza apicalis Hardy,1849; Scaptomyzella flava.

synonyms Scaptomyza, Scaptomyzella flaveola Meigen, 1830; Scaptomyza apicalis Hardy,1849; Scaptomyzella flava.

literatuur

references

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a), Beiger (1960a, 1965a, 1970a), Beuk (2002b), Buhr (1933a, 1941b, 1964a), Burger ao (1985a), Drăghia (1970a), Edmunds (2013a), Gosseries (1991a), Günthart (1949a), Hartig (1939a), Hendel (1928a), Hering (1927b, 1931/32f, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Máca (1972a), Maček (1999a), de Meijere (1895a, 1939a), Michalska (1970a, 1976a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spooner & Bowdrey (2012a), Starý (1930a), Zoerner (1969a, 1970a, 1971b).

28/01/2017