Scaptomyza graminum (Fallén, 1823)

Diptera, Drosophilidae

Cerastium glomeratum, België, prov. Namen, Ardenne; © Jean-Yves Baugnée

Scaptomyza graminum mine

Cerastium glomeratum, Belgium, prov. Namur, Ardenne; © Jean-Yves Baugnée

mijn Mijn begint als een lang dun kronkelend gangetje dat naar de hoofdnerf loopt en zich daar in de buurt tot een blaas verbreedt. Meestal is de mijn bovenzijdig, maar in kleine bladeren komen ook grote voldiepe delen voor. De blaas heeft brede uitlopers; de frass is in de uiteinden daarvan opgehoopt, in de vorm van opvallende groene vlekken of wolken. Soms verscheidene larven in één mijn. Verpopping meestal in de grond, minder vaak in het blad, vaak niet in de mijn zelf maar in een apart, klein mijntje (dat soms in de bladsteel ligt).

mine The mine starts as a long, narrow, winding corridor running towards the midrib, widening there to a blotch. Usually upper-surface, but in small leaves also full-depth parts may occur. The blotch has broad lobes; in their ends most frass is accumulated in the form of green patches or clouds. Sometimes several larvae share mine. Pupation usually in the soil, less often in the leaf (and then generally not in the mine itself but in a small separated mine, that may even be made in the petiole).

waardplanten: nauw polyfaag, voorkeur voor Caryophyllaceae en in wat mindere mate Chenopodiceae

hostplants: narrow polyphagous, preference for Caryophyllaceae and to lesser degree also Chenopodiaceae

Agrostemma githago; Amaranthus; Allium ampeloprasum, cepa; Anthyllis vulneraria; Arenaria serpyllifolia; Atriplex hortensis; Beta vulgaris subsp. maritima; Cerastium arvense, fontanum & subsp. vulgare, glomeratum, semidemcandrum; Chenopodium album, hybridum; Corrigiola; Dianthus barbatus, caryophyllus, carthusianorum, barbatus, graniticus, monspessulanus, scaber, segueri, sylvestris; Gypsophila elegans, paniculata, repens; Honckenya peploides; Lupinus; Medicago carstiensis; Moehringia trinervia; Montia; Myosoton aquaticum; Polycarpon tetraphyllum; Portulaca; Salicornia; Saponaria officinalis; Silene aegyptiaca, alba, alpestris, asteris, baccifera, coelirosa, coronaria, dioica, flos-cuculi, fulgens, fuscata, gallica, x haageana, noctiflora, nutans, otites, pygmaea, vulgaris; Spergularia; Spinacia Stellaria alsine, graminea, holostea, media, nemorum, palustris; Trigonella; Vicia faba; Vaccaria; Viscaria oculata.

fenologie Larven vrijwel het hele jaar (Hering, 1957a).

phenology Larvae practically the whole year (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Gosseries, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Entire Europe (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Scaptomyza, Scaptomyzella incana (Meigen, 1830), Scaptomyza tetrasticha Becker, 1908.

synonyms Scaptomyza, Scaptomyzella incana (Meigen, 1830), Scaptomyza tetrasticha Becker, 1908.

literatuur

references

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002b), Bland (1994b), Buhr (1933a, 1964a), Drăghia (1972a), Gosseries (1991a), Hendel (1928a), Hering (1924a,b, 1925b, 1927a, 1932a, 1957a,b), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Máca (1972a), Maček (1999a), de Meijere (1939a), Michalska (1972a, 1976a), Nowakowski (1954a), Okada (1968a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1983a), Robbins (1991a), Séguy (1950a), Seidel (1957a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Zoerner (1969a).

28/01/2017