Fenella arenariae Zombori, 1978

Hymenoptera, Tenthredinidae

mijn Gangetje, tamelijk abrupt overgaand in een onregelmatige, voldiepe blaas. Frass (te oordelen naar Zombori's afbeelding) in tamelijk fijne korrels die, zoals dat bij bladwespen gewoon is, los, als grofgemalen peper, in de mijn liggen. Verpopping extern.

mine Small corridor, rather abruptly widening in an irregular, full depth blotch. Frass (to judge by Zombori's drawing) in rather fine granules that, as is the rule in sawflies, lie loose in the mine, not unlike coarsley ground pepper. Pupation external.

waardplanten: Rosaceae, nauw monofaag

hostplants: Rosaceae, narrowly monophagous

Potentilla cinerea (= arenaria).

fenologie Larven zijn waargenomen in juni.

phenology Larvae are observed in June.

verspreiding binnen Europa Hongarij√ę (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Hungary (Fauna Europaea, 2010).

larve Zie Zombori (1978a). In tegenstelling tot bij Fenella nigrita eindigen de poten in een duidelijk klauwtje. Ook lijkt het bruine vlekje ventraal op abdomen 1 te ontbreken.

larva See Zombori (1978a). Contrary to Fenella nigrita the legs end in a large claw. Also the brown spot ventrally on abdomen 1 seems to be absent.

literatuur

references

Liston (1995b), Taeger, Blank & Liston (2006a), Zombori (1978a, 1980a).

modif. 8.v.2010