Fenusa dohrnii (Tischbein, 1846)

Hymenoptera, Tenthredinidae

Alnus glutinosa, Aalten

Fenusa dohrnii mine

Alnus glutinosa, Aalten

Alnus glutinosa, Orvelte: jonge mijnen met ovipositie-littekens

Alnus glutinosa, Orvelte: young mines with oviposition scars

mijn Een grote bruingekleurde blaasmijn, zonder begingang, die meestal begint in de buurt van een nerfoksel, en zich vandaar uitbreidt in de richting van de bladrand, zonder daarbij een zijnerf te overschrijden. (Alleen vlakbij de bladrand, waar de zijnerven dun zijn, verbreedt de mijn zich soms over een zijnerf heen; dit gebeurt des te sterker als het blad heel dun is). Vaak een aantal mijnen in één blad. De mijn is bovenzijdig, maar toch heel diep. Vooral in het begin van de mijn vreet de larve niet al het bladweefsel weg, waardoor de mijn daar ietwat groenig is. In tegenstelling tot Heterarthrus vagans, die eveneens talrijk is op dezelfde waardplant, verlaat de larve de mijn voor de verpopping.

mine A large brownish blotch, without an initial corridor. Usually the mine starts near a vein exil, and expands towards the leaf margin. Th mine mostly remains enclosed by two thick lateral veins; only near the leaf margin (and especially in thin shadow leaves) the mine may trespass over the side veins. Often several mines in a leaf. The mine is upper surface, but quite deep. Especially when the larva is young not all tissue is eaten away, and the mine keeps a greenish tinge there. Contrary to Heterarthrus vagans, at least as common on the same host, the larva vacates the mine prior to pupation.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus cordata, glutinosa, incana & subsp. rugosa, viridis & subsp. suaveolens.

fenologie Er zijn drie generaties per jaar, met larven hoofdzakelijk in mei-juni, juli, en augustus-september (van Frankenhuyzen, 1970a; Hart e.a., 1991a); maar tot in november kunnen mijnen met jonge larven worden gevonden.

phenology According to van Frankenhuyzen (1970a) and Hart ao (1991a) there are three generations, with larvae in May-June, July, and August-September, but mines with young larvae may be found as late as November.

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waaregenomen (van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

BENELUX

BE recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (van Ooststroom, 1976a).

LUX recorded (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met mogelojke uitzondering van het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Entire Europe, with possible exception of the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2008).

opmerkingen Het ei wordt onder de bovenepidermis afgezet, waardoor daar kleine bultjes worden gevormd. In tegenstelling tot bij Heterarthus vagans verkleurt het litteken niet naar bruin, maar blijft als een groen bultje zichtbaar (van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

Van bijna 880 dieren bleek er slechts één een mannetje te zijn, de soort is dus in elk geval plaatselijk parthenogenetisch (Altenhofer, 1980b).

notes The egg is deposited below the upper epidermis, where a low bulge develops as an oviposition scar. Contray to Heterarthus vagans the scar doesn't turn brown but keeps its green colour (van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

Out of 800 specimens just one turned out to be a male; the species must, at least locally, be parthenogenetic (Altenhofer, 1980b).

literatuur

references

Ahr (1966a), Altenhofer (1980b, 2003a), Beiger (1979a), Blank ao (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Drăghia (1968a, 1972a), van Frankenhuyzen (1970a), van Frankenhuyzen & Freriks (1970c), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Haris (2009a), Hart ao (1991a), Hartig (1939a), Hering (1932a, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Liston (1995b), Liston & Späth (2005a), Lorenz & Kraus (1957a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a, 1973a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Robbins (1991a), Scobiola-Palade (1974a), Skala & Zavřel (1945a), Smith (1971a), Sønderup (1949a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1951a, 1963a), Zoerner (1969a, 1970a).

02/02/2017