Heptamelus ochroleucus (Stephens, 1835)

Hymenoptera, Tenthredinidae

mijn Lange gang in de bladsteel, afdalend tot in de bladschede, daarna weer een eindweegs naar boven lopend. De bladsteel is zwart, en de bladschijf sterk verkommerd en verfomfaaid. Frass in grove korrels. Plaatselijk, vooral aan de holle zijde van de blad, ligt de mijn vlak onder de epidermis (onderscheid met de mijn van Chirosia griseifrons). De larve verlaat kort voor de verpopping de mijn door een gaatje aan de buitenkant van de bladschede (de Meijere, 1911a, Lorenz & Kraus, 1957a).

Forsius (1932a), die de mijn goed zegt te kennen, schrijft dat deze van vliegenmijnen in de bladsteel te onderscheiden is doordat de mijn niet zwart is, maar doorschijnend, "als een luchtbel".

mine Long corridor iun the petiole, descendind down to witihn the leaf sheathh, then running upwards from some distance. The petiole turns black, and the leaf is malformed and crumpled. Frass in coarse grains. Locally, mainly at the concave side of the petiole, the mine is situated just below the epidermis (contrary to the mine of Chirosia griseifrons). The larva vacates the mine just before pupation through an exit opening at the outside of the leaf sheathh (de Meijere, 1911a, Lorenz & Kraus, 1957a).

Forsius (1932a), who says to know the mine well, writes that it can easilly be distiunguished from Diptera mines in the petiole because the mine is not black, but rather transparant, like an air bubble.

waardplanten: Blechnaceae, Dryopteridaceae, Polypodiaceae, Woodsiaceae; nauw polyfaag

hostplants: Blechnaceae, Dryopteridaceae, Polypodiaceae Woodsiaceae; narrowly polyphgous

Athyrium filix-femina.

Shaw & Bailey (1991a) vonden ook enkele mijnen op Dryopteris dilatata. Liston (1995b) noemt, naast wijfjesvaren, nog Polypodium vulgare en Blechnum. Forsius (1932a) noemt de soort in Letland talrijk zowel op Athyrium als op Onoclea. Wat hij met dit laatste bedoelde is niet duidelijk; dit varengeslacht heeft in Europa geen inheemse vertegenwoordigers.

Shaw & Bailey (1991a) found a few mines also on Dryopteris dilatata. Liston (1995b) mentions, next to Lady-fern, Polypodium vulgare and Blechnum. Forsius (1932a) describes the species in Latvia as common and Athyrium and Onoclea. It is not clear what was intened by that latter name: this fern genus has no native European representatives.

fenologie Larven waargenomen in juli (de Meijere, 1911a). In Letland twee generaties, die eerste, talrijkste met larven in juni (Forsius, 1932a).

phenology Larvae found in July (de Meijere, 1911a). Two generations in Latvia, the first, most common, with larvae in June (Forsius, 1932a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (de Meijere, 1911a; van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

BENELUX

BE recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (de Meijere, 1911a; van Ooststroom, 1976a).

LUX recorded (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Finland tot Italië, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Sweden and Finland to Italy, and from Ireland to the Ukraina (Fauna Europaea, 2008).

larve De larve is violet van kleur met een grijsbruine kop en duidelijke borstpoten (de Meijere, 1911a, Hering, 1957a). Forsius (1932a) beschrijft de larve ietwat anders: wittig, pas vlak voor de vervelling violet wordend. Op dat moment verliest ook de grijze frontale plaat zijn tekening, die er uitzag als een wit hoefijzer met de armen naar onderen divergerend. Anale kleppen sepia.

larva The larva is violet in colour with a grey brown head and clear thoracic feet (de Meijere, 1911a, Hering, 1957a). Forsius (1932a) however describes the larva as whitish, turning violet only just before pupation At that point also the grey frontal plate looses its marks, which looked like a white horse shoe with its arms diverging downwards. Anal valves sepia.

synoniemen Heptameles ochroleucus.

synonyms Heptameles ochroleucus.

literatuur

references

Blank ao (1998a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Forsius (1932a), Hering (1957a), Liston (1995b), Lorenz & Kraus (1957a), de Meijere (1911a), van Ooststroom (1976a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2006a), Shaw & Bailey (1991a), Sønderup (1949a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a).

06/05/2013