Heterarthrus aceris (Kaltenbach, 1856)

Hymenoptera, Tenthredinidae

Acer pseudoplatanus, Nieuwendam: verlaten mijn

Heterarthrus aceris mine

Acer pseudoplatanus, Nieuwendam: vacated mine

mijn Een grote, bovenzijdige (vaak bijna voldiepe) blaasmijn, zonder spoor van een begingang, die begint in de top van een bladslip. Als de larve volgroeid is spint hij binnen de mijn een schijfvormige cocon. Maar voor dat te doen heeft hij met zijn kaken een kring van perforaties gebeten in de bovenepidermis van het blad. Daarna wordt de cocon gevormd, vastgehecht aan de bovenepidermis, en gaat de larve in rust. Het geperforeerde rondje in de bladepidermis begint te verdrogen, en uiteindelijk krult het op en springt, samen met de cocon, los van de rest van het blad en valt op de grond (Altenhofer, 1980b; Altenhofer & Zombori, 1989a). De uitsnede die zo ontstaat heeft een diameter van ongeveer 7 mm, en is het beste te zien door de mijn tegen het licht te houden.

mine A largr upper-surface (often almost full depth) blotch, without a trace of an initial corridor, beginning in the very tip of a leaf segment. The full grown larva spins itself a disc shaped cocoon within the mine. Just before, it has made with its mandibles a circle of perforations in the upper epidermis. The the cocoon is formed, attached to the upper epidermis, and the larva becomes immobile. The perforated circle of epidermis starts to dry, warps, and finally becomes detached from the surrounding tissue and drops to the ground (Altenhofer, 1980b; Altenhofer & Zombori, 1989a). Th resulting excision has a diameter of about 7 mm, and is best seen when the leaf is held against the light.

waardplanten: Sapindaceae, nauw (?) monofaag

hostplants: Sapindaceae, narrowly (?) monophagous

Acer pseudoplatanus.

Naar mijn ervaring, en ook volgens Altenhofer & Zombori (1987a), Robbins (1991a) en Späth & Liston (2003a) is dit de enige waardplant. Volgens een aantal, ook recente, auteurs komt de soort echter ook voor op A. campestre. De vermeldingen door Hering (1957a) dat de soort in Zweden ook talrijk zou zijn op A. platanoides berust zeker op verwarring met Heterarthrus flavicollis (Gussakovskij) (Liston, 1993a). Buhr (1941a) kweekte H. aceris uit de kleine bladeren van Acer monspessulanum. Matošević ea (2009a) vermelden Acer opalus subsp. obtusatum als waardplant.

In my experience, and also according to Altenhofer & Zombori (1987a), Robbins (1991a), and Späth & Liston (2003a) this is the only host plant. However many authors, also modern ones, report the species from A. campestre. The statement by Hering (1957a) that the species in Sweden is also common on A. platanoides certainly must derive from confusion with Heterarthrus flavicollis (Gussakovskij) (Liston, 1993a). Buhr (1941a) reared H. aceris from the small leaves of Acer monspessulanum. Matošević ao (2009a) mention Acer opalus subsp. obtusatum as the hostt plant.

fenologie Larven in juni - juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June-July (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis, Sinnich).

NE waargenomen (van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

BENELUX

BE recorded (Ellis, Sinnich).

NE recorded (van Ooststroom, 1976a).

LUX recorded (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Sweden tot the Pyrenees bd Italy, and from Ireland to the Ukraine (Fauna Europaea, 2008).

larve Als bij alle Heterarthrus-soorten heeft de larve poten die tot korte stompjes gereduceerd zijn. Zie ook Ritzema Bos (1882a).

larva Like in all Heterarthrus species the thoracal feet are reduced to small stumps; See also Ritzema Bos (1882a).

synoniemen Phyllotoma aceris; Heterarthrus fumipennis Cameron, 1888.

synonyms Phyllotoma aceris; Heterarthrus fumipennis Cameron, 1888.

opmerkingen De levenswijze wordt uitvoerig beschreven, en larve en pop afgebeeld, door Ritzema Bos (1882a). Hij beschrijft dat de larven in de afgevallen cocons nog zo actief zijn, dat de cocons, met het aangehechte epidermis-schijfje, sprongetjes van 5 tot 10 mm hoog maakten. De soort ism parthenogenetisch (Schedl, 2006a).

De mijnen van de Centraal-Europese Heterarthus leucomela lijken op die van aceris, maar de cocon valt niet uit het blad.

notes The biology is extensively described, and larva and pupa illustrated, by Ritzema Bos (1882a). He remarks that the larvae in the fallen cocoons still are sufficiently active to make their cocoons, with attached leaf disks, jump for 5 - 10 mm height. The species is parthenogenetic (Schedl, 2006a).

The mines of the Central European Heterarthrus leucomela resemble those of aceris, but the cocoon does not drop out of the leaf.

literatuur

references

Ahr (1966a), Altenhofer (1980b, 2003a), Altenhofer, Hellrigl & Mörl (2001a), Altenhofer & Zombori (1987a), Beiger (1979a), Blank ao (1998a), Boevé ao (2009a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Drăghia (1971a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hering (1934b, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Kollár & Hrubík (2009a), Kvičala (1938a), Liston (1993a, 1995b, 2006a), Liston ao (2012a), Lorenz & Kraus (1957a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Ritzema Bos (1882a), Robbins (1991a), Schedl (2006a), Scobiola-Palade (1974a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Späth & Liston (2003a), Surányi (1942a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2010a), Wahlgren (1944a).

12/03/2017