Heterarthrus nemoratus (Fallén, 1808)

Hymenoptera, Tenthredinidae

Betula pubescens, Mantingerzand

Heterarthrus nemoratus mine

Betula pubescens, Mantingerzand

Betula pendula, België, prov. Limburg, Koersel © Carina Van Steenwinkel

Heterarthrus nemoratus: mine on Betula pendula

Betula pendula, België, prov. Limburg, Koersel © Carina Van Steenwinkel

zelfde mijn in doorzicht

Heterarthrus nemoratus: larva

same mine, lighted from behind

larve in de mijn; het pijltje wijst naar een spleet langs de hoofdnerf, van waaruiy waarschijnlijk frass wordt verwijderd.

Heterarthrus nemoratus: mine on Betula pendula

larva in the mine; the arrow points to a slit along the midrib, probably used the eject frass

Betula pendula, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel: blad met oude mijn en cocon

Heterarthrus nemoratus: cocoon in Betula pendula

Betula pendula, Belgium, prov. Antwerp, Mol © Carina Van Steenwinkel:leaf with old mine and cocoon

mijn Grote blaasmijn, die begint aan de bladrand, zonder frassprop. Het oudste deel van de mijn heeft een kenmerkende wijnrode kleur. In het algemeen bevat de mijn weinig frass: deze wordt door een moeilijk waar te nemen spleet in de bladrand (soms ook langs de hoofdnerf) naar buiten gewerkt. De larve maakt een schijfvormige cocon in de mijn. De overwintering wordt in het larvestadium doorgemaakt.

mine Large blotch, begining at the leaf margin (there no accumulation of frass). The oldest part of the mjine with a charcteristic, wine red colour. Most of the frass is ejected through a narrow slit in the leaf margin (sometimes also along the midrib). The larva makes an discoidal cocoon within the mine. Hiberination in the larval stage.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula humilis, pubescens, pendula.

fenologie Larven in augustus - september (Altenhofer, 1980b).

phenology Larvae in August - September (Altenhofer, 1980b).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (van Ooststroom 1976a); zeldzaam.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (van Ooststroom 1976a); rare.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën, Italië (niet geheel zeker) en Roemenië, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Sweden and Finland to the Pyrenees, Italy (not quite cetain) and Romania, and from Ireland to the Ukraine (Fauna Europaea, 2008).

larve Ripper (1931a), Lorenz & Kraus (1957a), Lindquist (1959a) en Smith (1971a) geven een beschrijving van de larve. Deze heeft tot stompjes gereduceerde borstpoten. Prosternum met een grote donkere vlek; meso- en metasternum hebben een klein vlekje; pronotum met een grote rechthoekige zwarte plaat. In het laatste, zesde larvestadium (prepupa), wanneer de larve niet meer eet, is de pigmentering verdwenen.

larva Ripper (1931a), Lorenz & Kraus (1957a), Lindquist (1959a) and Smith (1971a) describe the larva. Thoracal feet reduced to stumps. Prosternum with a large dark patch; meso- and metasternum with a small dark spot. Pronotum with a large rectangular black sclerite. In the prepual stage, when the larva does not feed any more, all pigmentation has disappeared.

synoniemen Phyllotoma nemorata.

synonyms Phyllotoma nemorata.

opmerkingen Omstreeks 1927 geïntroduceerd in de Verenigde Staten (Maine, New Hampshire, Massachusetts) en daar bijzonder schadelijk in berkenbossen (Ripper, 1931a). Hij schrijft dat in gebieden waar berken de dominante boom zijn hele hellingen en valleien er uit zien of er een bosbrand gewoed heeft.

De soort is parthenogenetisch (Brown 1959a). Voorkeur voor de oudere bladeren (Lindquist, 1959a).

notes Around 1927 accidentally introduced into the United States New Hampshire, Massachusetts), causing large-sclae damage to the birch forests (In areas where white birch was the predominating tree whole hillsides and valleys appeared as if fire had swept through the stands) (Ripper, 1931a).

The specis parthenogenetic (Brown 1959a). Preference for the older leaves (Lindquist, 1959a).

literatuur

references

Altenhofer (1980b, 2003a), Blank ao (1998a), Brown (1959a), Buhr (1941a, 1964a), Digweed ao (2009a), Hering (1927b, 1957a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Lindquist (1959a), Liston (1995b), Lorenz & Kraus (1957a), Michalska (1976a), Nyman, Zinovjev, Vikberg & Farrell (2006a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Pieronek & Soltyk (1993a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Ripper (1931a), Robbins (1991a), Scobiola-Palade (1974a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Smith (1971a), Sønderup (1949a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1963a).

02/10/2016