Heterarthrus vagans (Fallén, 1808)

Hymenoptera, Tenthredinidae

Alnus glutinosa, Nieuwendam, Staelduinse bosch: mijn, en cocon met prepupa

Heterarthrus vagans mine Heterarthrus vagans cocoon

Alnus glutinosa, Nieuwendam, Staelduinse bosch: mine, and cocoon with prepupa

Alnus glutinosa, Nieuwendam: levende larve in de mijn

Heterarthrus vagans larva

Alnus glutinosa, Nieuwendam: living larva in the mine

Alnus x spaethii, België, prov. Luik, Hermalle-sous-Argenteau; © Jean-Yves Baugnée

Heterarthrus vagans: mine on Alnus x spaethii

Alnus x spaethii, Belgium, prov. Liège, Hermalle-sous-Argenteau; © Jean-Yves Baugnée

mijn Een grote voldiepe bruingekleurde blaasmijn, zonder begingang. De mijn begint op een willekeurige plaats in het blad, en breidt zich vandaar in alle richtingen uit, zonder zich iets van zijnerven aan te trekken. In tegenstelling tot bij Fenusa dohrnii op dezelfde waardplant treedt er slechts zelden meer dan één mijn per blad op. Andere verschillen zijn dat volgroeide larve een schijfvormige cocon in de mijn maakt, met een diameter van 7-9 mm.

In tegenstelling tot bij F. dohrnii is de larve vrij bont gekleurd (foto hierboven). Dit is gemakkelijk te zien, ook zonder de mijn te openen. Zoals bij vrijwel alle bladwespen ligt de larve rugggelings in de mijn.

mine A large, practically full depth brownish blotch, without a preceding corrdor. The mine begins somewhere on the leaf, and expands in all directions, without having much consideration with even major veins. In this resppect the mine differs from that of Fenusa dohrnii on the same host plant. Moreover, as a rule there is just one mine per leaf. The full grown larva makes a disc-shaped cocoon within its mine, with a diameter of about 7-9 mm.

Contrary to F. dohrnii the larva is rather vividly pigmented (picture above). Thus can easily be observed without dissecting the mine. Like in almost all sawflies the larva lies belly-up in its mine.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus cordata, glutinosa, incana, orientalis, x spaethii, viridis.

fenologie Larven van juni tot october (Buhr, 1941a); overwintering als prepupa in de cocon (Seidel, 1926b; van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

phenology Larvae from June to October (Buhr, 1941a); hibernation as prepupa in the cocoon (Seidel, 1926b; van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (van Ooststroom, 1976).

LUX waarnomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

BENELUX

BE recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (van Ooststroom, 1976).

LUX recorded (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Finland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Bulgarijë, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Sweden and Finland to the Iberian Peninsula, Italy and Bulgaria, and from Ireland tot he Ukraine (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Heterotoma, Phyllotoma vagans.

synonyms Heterotoma, Phyllotoma vagans.

opmerkingen Het ei wordt afgezet in een met de legboor gemaakte holte onder de bovenepidermis. In de daaropvolgende dagen wordt deze met frass gevuld en verkleurt naar bruin (Pieronek, 1966a; van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

Mijnen in de oudere bladeren; van de jonge bladeren sterft het weefsel na beschadiging zo snel af dat de larven daar geen kans zouden maken.

In tegenstelling tot bij Fenusa dohrnii bestaat ca. 30% van de dieren uit mannetjes, en is vagans dus niet parthenogenetisch.

notes The egg is deposited in a cavity that is made with the ovipositor just below the upper epidermis. In the subsequent days the cavity is filled with frass and turns brown (Pieronek, 1966a; van Frankenhuyzen & Freriks, 1970c).

Mines in the older leaves. The leaf tissue of young leaves dies off so soon after being damaged that the larvae would not be able to survive.

Contrary to F dohrnii about 30% of the adults are males; vagans is not parthenogenetic.

literatuur

references

Ahr (1966a), Altenhofer (2003a), Altenhofer, Hellrigl & Mörl (2001a), Beiger (1979a, 1980a), Blank ao (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Csóka (2003a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1968a, 1972a, 1974a), van Frankenhuyzen & Freriks (1970c), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haris (2009a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kollár & Hrubík (2009a), Humble (2010a), Liston (1995b), Liston & Jacobs (2012a), Liston & Späth (2005a), Lorenz & Kraus (1957a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michalska (1972a, 1976a), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a, 1966a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Robbins (1991a), Scobiola-Palade (1974a), Seidel (1926b), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Surányi (1942a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1951a, 1963a), Zoerner (1969a, 1970a).

02/02/2017