Parna tenella (Klug, 1816)

Hymenoptera, Tenthredinidae

Tilia sp., Frankrijk, centrale Pyreneeën, St. Savin: vergelijking van de mijn van P. tenella, links, en P. apicalis, rechts; © Tineke Cramer

Parna apicalis & tenella: comparison of the two mines

Tilia sp., France, Pyrénées Central, St. Savin: comparison of the mines of P. tenella, left, and P. apicalis, right; © Tineke Cramer

Tilia x vulgaris, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Vansteenwinkel

Parna tenella: mines on Tiliax vulgaris

Tilia x vulgaris, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Vansteenwinkel

larve (prepupa?) in de mijn (de mijn is met de hand uitgerold)

Parna tenella: larva in the mine

larva (prepupa?) in the mine (the mine has been unrolled by hand)

boogsnede

Parna tenella: exit slit

exit slit

prepupa

Parna tenella: prepupa

prepupa

Tilia x vulgaris, Reusel: oude mijnen

Parna tenella, old mines

Tilia x vulgaris, Reusel: old mines

mijn Een ietwat opgebolde voldiepe blaasmijn, die begint aan de bladrand. Als gevolg van de ovipositie rolt de bladrand naar boven toe in, waardoor de mijnen zelfs afgedekt kan worden (Buhr, 1964a; Burger ea, 1985a; Halstead, 2004a). Vaak verscheidene mijnen in een blad. Vooral op wortelopslag. Frasskorrels tot 2 mm lang (Halstead, 2009a).

mine A somewhat inflated full depth blotch, that begins at the leaf margin. The oviposition causes the leaf to roll inwords, covering (and often partly hiding) the mines (Buhr, 1964a; Burger ao, 1985a; Halstead, 2004a). Often several mines in a leaf. Mainly in suckers. Frass pellets up to 2 mm long (Halstead, 2009a).

waardplanten: Malvaceae, oligofaag

hostplants: Malvaceae, oligophagous

Tilia americana, chinensis, chingiana, cordata, x europaeae, x moltkei, mongolica, oliveri, platyphylos, tuan.

De niet-Europese soorten in dit lijstje berusten op waarnemingen in botanische tuinen in Engeland gedaan door Halstead (2004a). Zie aldoor ook voor een lijst Tilia-soorten die niet werden aangetast.

The not European species in this list derive from observations in botanical gardens in England by Halstead (2004a). He also gives a list of Tilia species that were not infested.

fenologie Larven mineren van 25 mei tot 25 juni (Burger ea, 1985a); daarna verlaten ze de mijn, en overwinteren in de grond (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a; Halstead, 2004a).

phenology Larvae mine from May 25 to June 25 (Burger ao, 1985a). Then they leave their mine and hibernate in the ground (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a; Halstead, 2004a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE met zekerheid in Nederland waargenomen (Ad Mol in litt., 2008).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

BENELUX

BE recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE with certainty recorded in the Netherlands (Ad Mol in litt., 2008).

LUX recorded (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Sweden and Finland to the Pyrenees, Italy and Bulgaria, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2008).

larve De morfologie van larven van het geslacht Parna wordt besproken door Lorenz & Kraus (1957a), Altenhofer (1980a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (1998a) en Lengesova (2008a), maar verschilkenmerken tussen de larven van tenella en reseri zijn nog niet bekend.

larva The morphology of Parna larvae is discussed by Lorenz & Kraus (1957a), Altenhofer (1980a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (1998a), and Lengesova (2008a), but no characters are known that discriminate the larvae of P tenella from those of P. apicalis

synoniemen Scolioneura tenella.

Liston (1993c) ontdekte dat onder de naam Parna tenella een tweede soort schuilging die hij beschreef als P. reseri, kortelings herdoopt in P. apicalis. Determinaties van voor die tijd kunnen dus betrekking hebben op beide soorten.

synonyms Scolioneura tenella.

Liston (1993c) discovered that the name Parna tenella as understood till then covered a second species which he described as P. reseri, later rebaptised as P. apicalis. Identifications from before that date can refer to both species.

opmerkingen In tegenstelling tot P. apicalis is P. tenella niet parthenogenetisch (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a).

notes Contrary to P. apicalis, P. tenella is not parthenogenetic (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a).

literatuur:

references:

Altenhofer (1980a,b,c, 2003a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (1998a), Beiger (1979a), Blank & Taeger (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a, 1965a), Burger, van Frankenhuyzen, de Goffau & Ulenberg (1984a, 1985a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Edmunds (2016a), Halsted (2004a, 1009a), Haris (2009a), Hering (1924a, 1957a), Huber (1969a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Lengesova (2008a), Liston (1993c, 1995b, 2006a), Lorenz & Kraus (1957a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Michalska (1976a), Michna (1975a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Schedl (2006a), Scobiola-Palade (1974a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Ulenberg ao (1983a), Ureche (2010a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1951a, 1963a).

12/03/2017