Acrolepiopsis marcidella (Curtis, 1850)

Lepidoptera, Glyphipterigidae

mijn een deel van de jonge larven maakt een kort, vaak boogvormig gangetje in een cladode (blad) met eerste groenige, later zwarte frass die deels wordt uitgeworpen. Later boren ze in de stengel, andere larven boren van meet af aan; wanneer vruchten beschikbaar zijn boren de larven in het laatste stadium ook daarin.

mine part of the young larvae make a short, often arc-shaped gallery in a cladode (leaf) with greenish, later black frass that partly is extruded. Later they bore in the stem, with other larvae that are stem-borers from their start on. If the plant is in fruit the final-stage larvae also bore in the fruits.

waardplanten: Asparagaceae, monofaag

hostplants: Asparagaceae, monophagous

Ruscus aculeatus.

verspreiding binnen Europa van Engeland tot Spanje en de Canarische Eilanden, en van Portugal tot Bulgarije (PESI, 2017).

distribution within Europe from Great Britain to Spain and the Canary Islands, and from Portugal to Bulgaria (PESI, 2017)..

larve en pop zie Sterling & Langmaid.

larva and pupa see Sterling & Langmaid.

literatuur

references

Gaedike & Baldizzone (2008a), Sterling & Langmaid (1998a).

27/02/2017