Agonopterix carduella (Hübner, 1817)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Een opvallende, langerekte, grote, bovenzijdige blaas die zich aan beide zijden van de hoofdnerf uitstrekt. De meeste frass wordt naar buiten gewerkt. Verpopping buiten de mijn (Robbins, 1991a).

mine A conspicuous, elongated, large, whitish upper-surface blotch, extending on both sides of the mid-rib; most of the frass is ejected; pupation external (Robbins, 1991a).

waardplanten: Asteraceae, breed oligofaag

hostplants: Asteraceae, broadly oligophagous

Arctium; Carduus defloratus; Centaurea jacea, nigra; Cirsium arvense, helenioides, vulgare.

fenologie Larven van eind mei tot begin juli (Harper ea, 2002a).

phenology Larvae from late May till early July (Harper ao, 2002a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Engeland, Duitsland en Estland tot het Iberisch Schiereiland, Sardinië, Italië en Montenegro (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Britain, Germany and Estonia to the Iberian Peninsula, Sardinia, Italy, and Montenegro (Fauna Europaea, 2009).

larve In de vroege stadia zijn de larven geelgroen (ook de pinacula en anale plaat); kop en prothoracale plaat zwart. De latere stadia zien er anders uit, zie Harper ea (2002a).

larva In the early stages the larvae are yellow-green (also the pinacula and anal plate; head and prothoracic plate black. Later instars look different, see Harper ao (2002a).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Hannemann (1995a), Harper, Langmaid & Emmet (2002a), Hering (1924a, 1957a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala (1950a), Szőcs (1977a), Wieser & Huemer (1997a).

19/03/2011