Agonopterix kuznetzovi (Lvovsky, 1983)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Kort, geleidelijk breder wordend, bruin, gangetje, 9-13 mm land en 0.5-2 mm breed. Bij het begin van de mijn een onderzijdig, met spinsel bekleed gaaje waardoor de frass naar buiten wordt gewerkt. De oudere larve leeft vrij in een spinsel onder het blad, nog weer later in een tuitvorming naar boven opgevouwen en met spinsel vastgezet blad.

mine Short, gradually widening, brown, corridor, 9-13 mm long and 0.5-2 mm wide. At he start of the mine a small lower-surface hole, lined with silk, through which frass is ejected. The older larva lives free in a spinning under the leaf or, even later, in a leaf that is spun upwards into a pod.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Serratula tinctoria.

fenologie Larven in eind mei, juni (Harper ea, 2002a).

phenology Larvae late May, June (Harper ao, 2002a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Engeland, Midden-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Britain, Central Russia (Fauna Europaea, 2009).

larve De jonge larve heeft een zwarte kopp en prothoracale plaat, een bleekgroen lichaam en anale plaat, en een donkerder dorsale lengtelijn. Zie Harper ea (2002a) voor een beschrijving van de vrijlevende larve.

larva The young larva has a black head and prothoracic plate, a pale green body with cocncolorous anal plate and darker dorsal line. See Harper ao (2002a) for a description of the free-living larva.

literatuur

references

Hannemann (1995a), Harper, Langmaid & Emmet (2002a), Langmaid & Pelham-Clinton (1984a).

modif. 17.xi.2009