Agonopterix nanatella (Stainton, 1849)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Soms grote blaasmijn. Als gevolg van de mineeractiviteit van de larve krult de bovenzijde van het blad in, zodat de witte onderzijde van het blad zichtbaar wordt. De larve verlaat na enige tijd de mijn, en leeft daarna in een opgerold blad.

mine Blotch mine, sometimes large. The mining larva causes the upper surface of the leaf to roll inwards, exposing the white underside. After some time the larva leaves the mine and continues feeding in a rolled leaf.

waardplanten: Asteraceae; monofaag

hostplants: Asteraceae; monophagous

Carlina corymbosa, vulgaris.

fenologie Larven in april-juni (Harper, Langmaid & Emnmet, 2002a).

phenology Larvae in April - June (Harper, Langmaid & Emnmet, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE wargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Zuidelijk van de lijn Ierland, Engeland, Duitsland, Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe South of the line Ireland, Britain, Germany, Romania (Fauna Europaea, 2009).

larve Larve met zwarte kop en prothoracale plaat; lichaam en anale plaat bleek geelgroen; borstpoten donkerbruin, pinacula zwart.

larva Larva with black head and prothoracal shield. Body and anal shield pale yellowish green. Thoracal feet dark brown, pinacula black.

opmerkingen Zie ook Agonopterix nanatella aridella.

literatuur

references

Corley (2005a), Hannemann (1995a), Harper, Langmaid & Emnmet (2002a), Hering (1957a), Huisman (2012a), Kuchlein & de Vos (1999a), Robbins (1991a), Szőcs (1977a).

02/01/2013