Agonopterix purpurea (Haworth, 1811)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Klein onregelmatig voldiep mijntje met duidelijke frass. De larve verlaat al spoedig de mijn en leeft verder in een buisvormig samengesponnen blad (Harper, Langmaid & Emmet, 2002a).

mine Small, irregular, full depth mine with a clear amount of frass. The larva soon leaves the mine and continues feeding in a tubular rolled leaf (Harper, Langmaid & Emmet, 2002a).

waardplanten: Apiaceae, oligofaag

hostplants: Apiaceae, oligophagous

Anthriscus sylvestris; Chaerophyllum temulum; Daucus carota; Torilis japonica.

fenologie Larven in mei-begin juni ((Harper, Langmaid & Emmet, 2002a).

phenology Larvae in May - early June ((Harper, Langmaid & Emmet, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe (Fauna Europaea, 2009).

larve Larve groen met donkerder lengtestrepen; glimmend zwarte kop en prothoracale plaat; eerste paar borstpoten zwart, volgende twee paar groen.

larva Larva green with darker length lines. Head and prothoracal plate shining black. First pair of thoracal feet black, next two pairs green.

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Baldizzone (2004a), Hannemann (1995a), Harper, Langmaid & Emmet (2002a), Hering (1957a), Huisman (2012a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

02/01/2013