Agonopterix subpropinquella (Stainton, 1849)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Kort voldiep gangmijntje. De larve verlaat al spoedig de mijn, en leeft daarna in een spinsel aan de onderzijde van het blad, van waaruit hij vensters vreet.

mine Short full depth corridor. The larva soon leaves the mine and continues feeding from a spinning at the leaf underside, from where window feeding occurs.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Arctium lappa; Carduus bourgaei, crispus, tenuiflorus; Centaurea cyanus, exarata, jacea, nigra, scabiosa, sphaerocephala; Cirsium acaulon, arvense, creticum, vulgare; Cyanara segetum; Cynara cardunculus; Galactites tomentosus; Klasea integrifolia; Onopordum acanthium.

fenologie Larven in juni-juli (Harper, Langmaid & Emnmet, 2002a).

phenology Larvae in June - July (Harper, Langmaid & Emnmet, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost entire Europe (Fauna Europaea, 2009).

larve Larve met zwarte kop en prothoracale plaat ( deze vaak met een mediaan wit lengtelijntje). Lichaam, inclusief anale plaat en poten dofgroen, vage donkerder lengtelijnen. Pinacula zwart.

larva Larva with black head and prothoracal plate (the latter sometimes with a median white line). Body, anal shield and thoracal feet dull green with faint darker length lines. Pinacula black.

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Agonopterix rhodochrella Herrich-Schäffer, 1854.

synonyms Agonopterix rhodochrella Herrich-Schäffer, 1854.

opmerkingen Tussen het echte mineren en het vrij leven is er nog een stadium waarin de larven wel de onderzijde van het blad wegvreten, maar de haren van de plant onverlet laten. Dergelijke pseudomijnen hebben dus een bodem van gemakkelijk te verwijderen plantenhaar (Hering, 1967a).

notes Between the mining phase and the free life there is a period during which the larve eat away the lower parts of the leaf, but spare the hair cover. These pseudo mines have a floor of easily removable plant hairs (Hering, 1967a).

literatuur

references

Buhr (1935a), Corley (2005a), Hannemann (1995a), Harper, Langmaid & Emmet (2002a), Hering (1957a, 1967a), Huertas Dionisio (2002a, 2007a), Huisman (2012a), Kuchlein & Donner (1993a, Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Skala (1950a), Szőcs (1977a).

04/05/2015