Argyresthia abdominalis Zeller, 1839

Lepidoptera, Yponomeutidae

mijn De larve vreet een aantal bladeren van de basis uit van binnen uit leeg. Hij verhuist van het ene blad naar het ander via een kort gangetje in de schors van de twijg. De larve hoeft geen gaatjes in de naalden te maken om ze binnen te dringen of ze te verlaten. Verpopping buiten de mijn, in een spinseltje op de twijg.

mine The larvae mines several leaves out, working from the base to the tip. It migrates to the next leaf by way of a short corridor in the bark of the twig. The larve therefore does not need to make openings in the needles for entrance or exit. Pupation external, in a spinning on the twig.

waardplanten: Cupressaceae, monofaag

hostplants: Cupressaceae, monophagous

Juniperus communis.

fenologie Larven in maart-april (Hering, 1957a).

phenology Larvae in March, April (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia and North Russia to the Pyrenees, Italy, and Bulgaria, and from Britain to Romania (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam oranjebruin, roodbruin gevlekt. Kop zwart, prothoracale plaat donkergrijs, zwart gevlekt.

larva Body orange brown, spotted reddish brown. Head black, prothoracic plate dark grey, spotted black.

literatuur

references

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b), Hering (1957a), Huemer (2012a), Kozlov & Kullberg (2010a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), De Prins (1998a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stigter & van Frankenhuyzen (1992a), Szőcs (1977a).

08/02/2017