Argyresthia cupressella Walsingham, 1890

Lepidoptera, Yponomeutidae

Thuja (?); © Robert W. Duncan Pacific Forestry Centre, Victoria, British Columbia, Natural Resources Canada, Canadian Forest Service

Argyresthia cupressella mine

Thuja (?); © Robert W. Duncan Pacific Forestry Centre, Victoria, British Columbia, Natural Resources Canada, Canadian Forest Service

mijn In het najaar mineert de larve 9-12 blaadjes uit - deze aantasting is heel onopvallend. De overwintering gebeurt in een mijn, en bij geschikt weer wordt er nog doorgevreten. Na de overwintering gaat de larve leven als boorder, en vreet 4-6 scheuten leeg, over een lengte van 0.5-2.5 cm, telkens vlak onder de top van een scheut. De aangetaste scheuten verwelken en sterven af. In april-mei komt de larve naar buiten en verpopt zich.

mine During autum the larva mines a mere 9-12 leaves - the damage is quite inconspicuous. Hibernation occurs within the mine, and during mild days feeding may continue. After hibernation the larva lives as a borer, and emmpties 4-6 shoots, over a length of 0.5 - 2.5 mm, just below the tip of the shoot. The damaged shoots wilt and die off. In April - May the larva emerges for pupation.

waardplanten: Cupressaceae, oligofaag

hostplants: Cupressaceae, oligophagous

Chamaecyparis; Cupressocyparis; Juniperus; Thuja.

fenologie Najaar tot voorjaar.

phenology Autumn to spring.

verspreiding binnen Europa De soort is thuis in het westelijk kustgebied van de Verenigde Staten en is in 1997 opgedoken in Engeland, waar hij zich snel uitbreidt (Agassiz & Tuck, 1999a; Heckford, 2004a). De voedselplanten zijn ook op het Europese vasteland als sierconiferen zeer populair in tuinen en het daar opduiken van ook deze Argyresthia lijkt een kwestie van tijd.

distribution within Europe The species is native in the western coastal region of the United States, and emerged in 1997 Britain, where it now is spreading rapidly (Agassiz & Tuck, 1999a; Heckford, 2004a). The hostplants are also on the European mainland very popular as ornamental conifers, and the discovery of this Argyresthia here will be a mere matter of time.

pop .De pop bevindt zich in een witte spoelvormige cocon die zich vaak tussen de twijgen bevindt, niet op de grond, zoals bij andere Argyresthia's.

pupa Pupa in a white fusiform coccoon that often is spun among the twigs, rather than on the ground, like in most Argyresthia's.

literatuur

references

Aggassiz (2004a), Agassiz & Tuck (1999a), Duncan (2006a), Heckford (2004a).

25/02/2011