Argyresthia trifasciata Staudinger, 1871

Lepidoptera, Yponomeutidae

Thuja occidentalis, Oldeberkoop

Argyresthia trifasciata mines

Thuja occidentalis, Oldeberkoop

mijn Het ei wordt afgezet op een jonge scheut. De larve boort zich in een blad in, vreet het leeg, verlaat het blad vaak door een nieuwe opening in de epidermis te bijten, en verhuist dan naar een ander blad. Oudere rupsen boren in een twijg. Verpopping extern. Uitgemijnde twijgen verbruinen en vallen af.

mine Oviposition on a young shoot. The larva penetrates a leaf, empties it, leaves it, often by making another hole in the epidermis, and starts anew. Older larvae bore in a twig. Pupation external. Mines twigs rurn brown and are dropped.

waardplanten: Cupressaceae, oligofaag

hostplants: Cupressaceae, oligophagous

Chamaecyparis; Cupressocyparis leylandii; Juniperus media, virginiana; Thuja occidentalis.

Juniperus is de primaire waardplant.

Juniperus is the primary hostplant.

fenologie Larven van half juni - eind maart; overwintering in de mijn (Stigter & van Frankenhuyzen, 1992a).

phenology Larvae from half June to late March; hibernaion in the mine (Stigter & van Frankenhuyzen, 1992a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Spanje en Italië, en van Engeland tot Polen en Hongarijë (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Scandinavia to Spain and Italy, and from Britain to Poland and Hungary (Fauna Europaea, 2010).

larve Groen met zwarte kop, prothoracale en anale plaat en groenbruine poten.

larva Body green; head, prothoracic and anal plate black; feet greenish brown.

pop Zie Patočka & Turčáni (2005a)

pupa See Patočka & Turčáni (2005a)

opmerkingen In 1982 voor het eerst in Nederland waargenomen (Huisman ea, 1986a); heeft zich sindsdien over heel Nederland uitgebreid dankzij de populariteit van jeneverbessen in tuinen. Struiken in tuinen zijn soms deerlijk aangetast. In hetzelfde jaar 1982 ook voor het eerst in Engeland (Emmet, 1982b). Waarschijnlijk was de soort oorspronkelijk beperkt tot de Zwitserse en Franse Alpen.

notes Observed in the Netherlands for the first time in 1982 (Huisman ao, 1986a). The species has spread rapidly since then, mainly because of the popularity of Juniper in gardens. Shrubs in gardens often are badly damaged. In the same year 1982 the species was seen in Britain for the first time (Emmet, 1982b). Seemingly the the species originally was limited to a small area in the Swiss and French Alps.

literatuur

references

Agassiz (1996a, 2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Emmet (1982b), Huisman & Koster (1998a), Huisman ao (1986a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Sefrová (2005a), Stigter & van Frankenhuyzen (1992a).

15/11/2011