Bucculatrix cantabricella Chrétien, 1898

Lepidoptera, Bucculatricidae

mijn Smalle gangmijn, overgaand in een zeer onregelmatige blaas. De larve mineert levenslang (ongewoon voor een Bucculatrix). Verpopping buiten de mijn in een wittige, slange, sterk geribde cocon..

mine Narrow corridor, followed by a very irregular blotch. The larva mines all its life (unusual for a Bucculatrix). Pupation external, in a whitish, spindle-shaped, strongly ribbed cocoon.

waardplanten: Convolvulaceae, nauw monofaag

hostplants: Convolvulaceae, narrowly monophagous

Convolvulus cantabrica.

fenologie Larven in juni; overwintering waarschhijnijk als pop.

phenology Larvae in June; hibernation probably as pupa.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Westelijke en centrale Middellandse-Zeegebied, oostelijk tot Slowakijë en Macedonië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Western and central Mediterranean Region, eastwards to Slovakia and Macedonia (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Hering (1957a), Laštůvka Z, Laštůvka A, Liška, Marek, Skyva & Vávra (1992a), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), Szőcs (1977a, 1981a), Triberti (1980b).

16/01/2017