Bucculatrix cidarella (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Bucculatricidae

Alnus glutinosa, België, prov. Namen, Grand-Leez; © Jean-Yves Baugnée

Bucculatrix cidarella: mines on Alnus glutinsa

Alnus glutinosa, Belgium, prov. Namur, Grand-Leez; © Jean-Yves Baugnée

Alnus glutinosa, Burgh-Haamstede

Bucculatrix cidarella mine

Alnus glutinosa, Burgh-Haamstede

Myrica gale, België, prov. Limburg, Zonhoven; leg Zoë Vanstraelen, © Steve Wullaert

Bucculatrix cidarella: mine on Myrica gale

Myrica gale, Belgium, prov. Limburg, Zonhoven; leg Zoë Vanstraelen,© Steve Wullaert

Alnus glutinosa, Duin en Kruidberg: ei, halfverscholen onder een nerf

Bucculatrix cidarella egg

Alnus glutinosa, Duin en Kruidberg: egg, hidden partly under a vein

mijn Kort en nauw gangmijntje, dat begint bij een ovaal, vlak, iriserend eischaaltje dat (altijd?) onderzijdig, vlak bij een dikke nerf, ligt. De larvekamer is meer dan driemaal zo lang als breed en wordt aan de blad-bovenzijde verlaten. Frass in een nauwe middenlijn; volgens Emmet (1985a) bij gagel in een zo brede, zwarte lijn dat de gang bijna gevuld wordt. Oudere larve-stadia leven vrij en veroorzaken venstervraat. Verpopping in een vuil geelbruine, spoelvormige, sterk geribde cocon.

mine Short and narrow corridor, starting at an oval, iridescent egg shell that is placed at the leaf underside (always?), close to a thick vein. The larval chamber is more than three times as long as wide, and is vacated through an upper surface exit slit. Frass in a narrow central black line; when the mine is made in Bog-Myrtle the thick frass line almost fills the corridor (Emmet, 1985a). Older larvae live free and cause window-feeding. Pupation in a dull yellowish brown, spindle-shaped, strongly ribbed cocoon.

waardplanten: Betulaceae, Myricaceae, nauw polyfaag

hostplants: Betulaceae, Myricaceae, narrowly polyphagoud

Alnus glutinosa, incana, viridis; Myrica gale.

Tot voor kort was de soort in het Europese vasteland beperkt tot els, en werd alleen in Engeland de soort ook, soms zelfs talrijk, gevonden op gagel (Emmet, 1982e; Michaelis, 1982a). Pas in 2013 werd cidarella door Steve Wullaert in noordelijk België ook op gagel waargenomen.

Until shortly the species was known in continental Europe only from alder; only in the UK the species was found, sometimes even in numbers, on bog myrtle (Emmet, 1982e; Michaelis, 1982a). Only as late as in 2013 cidarella was found by Steve Wullaert in nothern Belgium also on bog myrtle.

fenologie Larven in augustus-september, verpopping als pop (Hering, 1957a).

phenology Larvae in August-September, hibernation as pupa (Hering, 1957a).

BENELUX

BE Een recente waarneming gedaan in 2006 de provincie Antwerpen (De Prins & Steeman, 2007).

NE Niet gewoon (Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX Niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE Recently (2006) found in the province of Antwerpen (De Prins & Steeman, 2007).

NE Uncommon (Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX Not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, behalve de Balkan (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe All Europe, except for the Balkan (Fauna Europaea, 2008).

pop Beschreven door Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a, 1964a), Burmann (1991a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Drăghia (1974a), Emmet (1982e, 1985a), Haase (1942a), Hering (1957a), Klimesch (1937b, 1956a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz & Embacher (2012a), Z & A Laštůvka (2009b), Maček (1999a), Michaelis (1982a), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (2010a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Svensson (1971a), Szőcs (1977a), Zoerner (1969a, 1970a).

18/11/2014