Bucculatrix cristatella (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Bucculatricidae

uit Klimesch (1942a).

Bucculatrix cristatella mine

Klimesch (1942a).

mijn De larve leeft aanvankelijk in een zeer fijn gangmijntje dat de bladrand volgt; deze mijntjes vooral in de onderste bladeren. De frass ligt in een smalle middenlijn. De larve kan de mijn verlaten, en elders een nieuwe mijn beginnen. Als de larve groter wordt leeft hij vrij, en opent een bladslip vanaf de bladrand, om vandaar van binnen zover het blad leeg te eten als hij reiken kan (ongeveer een derde van zijn lichaamslengte); het resultaat is een aantal voldiepe blaasmijntjes. Als de larve ook daarvoor te groot wordt vreet hij vrij aan de bladbuitenzijde. Verpopping in een spoelvormige, witte, geribde cocon.

mine Initially an extremely fine corridor along the leaf margin; these mines mainly in the lower leaves. Frass in a narrow central line. The larva can leave its mine and restart elsewhere. Older laevae live free, and feed by slicing open the margin of a leaf segment near its tip and eating away as much tissue as it can reach (to about one third if its body length). The result is a number of full depth blotch mines. When the larve has become too large even for this strategy, its starts to feed freely on the leaf. Pupation in a straw-coloured, spindle-shaped, ribbed cocoon.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Achillea asplenifolia, collina, millefolium; Chrysanthemum; Cota tinctoria; Leucanthemopsis alpina.

fenologie Larven in april-mei en juli (Emmet, 1985a); overwintering als ei of jonge larve (Patočka, 1996a).

phenology Larvae in April - May and in July (Emmet, 1985a); hibernation as egg or young larva (Patočka, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch en het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, with exception of the Iberian and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

larve De minerende larve barnsteengeel (darm groenig doorschemerend), kop en prothoracale plaat bruin; de chaetotaxie wordt beschreven door Klimesch (1942b).

larva The mining larva is amber yellow (intestine greenish as usual), head and prothoracic shield brown; the chaetotaxy is described by Klimesch (1942a).

pop Beschreven door Klimesch (1942b), Patočka (1996a) en Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Klimesch (1942b), Patočka (1996a), and Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Bucculatrix jugicola Wocke, 1876.

synonyms Bucculatrix jugicola Wocke, 1876.

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a), Burmann (1991a), Buszko (1992b), Emmet (1985a), Kasy (1965a), Klimesch (1937b, 1942b, 1956a, 1958c), Kozlov & Kullberg (2010a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), Kurz & Embacher (2012a), Leutsch (2011a), van Nieukerken, Gielis, Huisman, Koster, Kuchlein, van der Wolf & Wolschrijn (1993a), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Svensson (1971a), Szőcs (1968a, 1977a, 1981a).

02/04/2017