Bucculatrix diffusella Menhofer, 1943

Lepidoptera. Bucculatricidae

mijn Aanvankelijk een lang small gangetje met veel frass, dat overgaat in een blaasmijn in de top van een bladslip. Daarna verlaat de larve de mijn en vreet vervolgens vlekmijen vanaf de bladrand, waardoor het blad een transparante, maar al snel verbruinde en daardoor opvallende zoom krijgt.

mine At first a narrow corridor with much frass, ending upon a blotch in the tip of a leaf segment. Then the larva leaves the mine and begins to make fleck mines, working from the leaf margin. This activity gives the leaves a transparant, but quickly browning and conspicuous seam.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Artemisia maritima.

fenologie Larven gevonden van midden juli tot in augustus; mogelijk was dit een twee generatie.

phenology Larvae were found from mid-July till in August, but possibly this was a second generation.

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa XW Frankrijk.

distribution within Europe ZW France.

larve Minerende larven honingeel met bruine kop en pronotum. Vrijlevende larven gelig olijfgroen, pinacula wat lcihter, kop egaal bruin.

larva Mining larvae honey coloured yellow with a brown head and pronotum. Free living larvae yellowish olive green, pinacula somewhat lighter, head uniformly brown.

pop Afgebeeld door Menhofer (1943a); in een witte, geribde cocon.

pupa Illustrated by Menhofer (1943a); in a white, ribbed cocoon.

literatuur

references

Menhofer (1943a), Hering (1957a).

01/12/2011