Bucculatrix helichrysella Constant, 1889

Lepidoptera, Bucculatricidae

mijn De larve mnaakt in de herst van een draaddunne gang met centrale frass-lijn; in het vorjaar wordt die voortgezet in een veel bredere gang maar al spoedig gaat de larve vrij leven en maakt vanuit de bladonderzijde vlekmijnen.

mine In autumn the larve makes a thread-thin corridor with a central frass line. In spring this is continued in much wider corridor, but soon the larva leaves the mine, and starts making fleck mines, working at the leaf underside.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monofaag

Helichrysum italicum & subsp. serotinum.

fenologie Larven vanaf april (Hering, 1957a).

phenology Larvae from April on (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Zuid-Europa: Frankrijk, Iberisch Schiereiland, Corsica, Sardinië, Macedonië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Southern Europe: France, Iberian Peninsula, Corsica, Sardinia, Macedonia (Fauna Europaea, 2009).

larve Lichaam blauwgrijs, later geelgroen; pronotum wittig (Hering, 1957a).

larva Body blue grey, later yellow green; pronotum whitish (Hering, 1957a).

literatuur

references

Chrétien (1909a), Hering (1957a).

05/06/2010