Bucculatrix nigricomella (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Bucculatricidae

Leucanthemum vulgare, België, prov. Henegouwen, Erquelinnes, Grand-Reng; © Jean-Yves Baugnée

Bucculatrix nigricomella mine on Leucanthemum vulgare

Leucanthemum vulgare, Belgium, prov. Hainaut, Erquelinnes, Grand-Reng; © Jean-Yves Baugnée

zelfde blad, doorvallend licht

Bucculatrix nigricomella mine on Leucanthemum vulgare

sme leaf, lighted from behind

Leucanthemum vulgare, Amstelveen, Schinkelbos

Bucculatrix nigricomella mines

Leucanthemum vulgare, Amstelveen, Schinkelbos

detail

detail

Het lege eischaaltje is te zien als een klein glimmend ovaaltje in het midden van het beeld.

In the centre of the picture the empty egg shell is visible as a small shining oval.

mijn Jonge larven in een zeer lange, draaddunne, slingerende gangmijn. Meestal is de mijn (grotendeels) bovenzijdig. Frass aanvankelijk in een smalle continue centrale lijn; verderop is de frasslijn vaak onderbroken. Oudere larven leven vrij en veroorzaken venstervraat, meestal aan de bladonderzijde. Verpopping in een witte, spoelvormige, zwak geribde cocon.

mine Young larvae in a very long, hair thin, winding corridor. Usually the corridor is (largely) upper-surface. Frass initially in a narrow continuous central line; further on the frass line is often interrupted. Older larvae live free and cause window feeding, usually at the leaf underside. Pupation in a white, spindle-shaped, weakly ribbed cocoon.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Leucanthemum vulgare.

Maček (1999a) vermeldt uit Slovenië op Paliurus spina-christi mijnen van Bucculatrix albipedella, een soort de onlangs door Hausenblas (2007a) is gesynonymiseerd met nigricomella. Dit moet wel terug te voeren zijn op een mis-interpretatie door Maček.

Maček (1999a) reported from Slovenia on Paliurus spina-christi mines of Bucculatrix albipedella, a species that has recently been synonymised with by Hausenblas (2007a). This must stem from an interpretation error by Maček.

fenologie Larven in maart-april en juli (Emmet, 1985a); overwintering als ei of jonge larve.

phenology Larvae in March - April and in July (Emmet, 1985a); hibernation as egg or young larva.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd het Balkanschiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe, except the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Bucculatrix albipedella Hofmann, 1874.

synonyms Bucculatrix albipedella Hofmann, 1874.

literatuur

references

Ahr (1966a), Baldizzone (2004a), Beiger (1970a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a, 1964a), Burmann (1991a), Buszko (1992b), Emmet (1985a), Hausenblas (2007a), Hering (1957a), Huisman & Koster 2000a, Klimesch (1937b, 1956a), Kuchlein & Donner (1992a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz & Embacher (2012a), Maček (1999a), Michalska (1976a), Nowakowski (1954a), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (2010a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Svensson (1971a), Szőcs (1977a).

10/11/2014