Bucculatrix ulmifoliae Hering, 1931

Lepidoptera, Bucculatricidae

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

17605

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

17605

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

Ulmus laevis, IJmuiden

Bucculatrix ulmifoliae:  mine on Ulmus laevis

Ulmus laevis, IJmuiden

Ulmus minor, België, Luik © Jean-Yves Baugnée

Bucculatrix ulmifoliae: vacated mine on Ulmus minor

Ulmus minor, Belgium, Liège © Jean-Yves Baugnée

mijn Ovipositie aan de bladonderzijde, meestal in de hoek van de hoofdnerf en een dikke zijnerf. Het allereerste begin van de mijn kronkelt zo sterk dat soms een klein, met zwarte frass gevuld secundair blaasje ontstaat. Daarna volgt een rechte gang van maximaal ca. 15 mm, met veel frass bijna helemaal gevuld, die tegen een dikke nerf aanligt. Vlak voordat de larve de mijn gaat verlaten (via een gaatje in de bladonderzijde) buigt de gang af van de nerf (Langmaid ea, 2007a).

mine Oviposition at the leaf underside, generally in the axil of the midrib and a thick lateral vein. The very first part of the mine is so strongly contorted that sometimes a tiny secondary blotch originates, filled with black frass. Then follows a straight corridor of maximally 15 mm, almost completely filled with frass, mostly closely following a vein. Just before the larva is about to leave the mine (through an exit hole in the leaf underside) it turns away from the vein (Langmaid ao, 2007a).

waardplanten: Ulmaceae, monofaag

hostplants: Ulmaceae, monophagous

Ulmus glabra, x hollandica, laevis, minor.

fenologie Bivoltien. Larven in juli en september-october (Hering, 1957a). imagines in april-mei, en dan weer in juli (Langmaid ea, 2007a). Overwintering als pop.

phenology Bivoltine. Larvae in July and September-October (Hering, 1957a); adults in April - May and again in July (Langmaid ao, 2007a). Hibernation as pupa.

BENELUX

BE waargenomen (Snyers, 2008a).

NE waargenomen; zie hieronder.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Snyers, 2008a).

NE recorded; see below

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Centraal en Oost Europa (Fauna Europaea, 2007). In 2007 waargenomen in Engeland (Langmaid ea, 2007a), en herkend in Nederland.

distribution within Europe Germany, Dentral and Eatern Europe. In 2007 recorded in the UK (Langmaid ao, 2007a), and recognised in the Netherlands.

larve Bleek doorschijnend gelig; oudere larven leven vrij aan de bladonderzijde en veroorzaken venstervraat.

larva Dull, transparant yellowish; older larvae live free at the leaf underside, causing window feeding.

pop Beschreven door Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a). De zwartbruine pop ligt in een grijszwarte geribde cocon (Langmaid, Porter & Collins, 2007a).

pupa Described by Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a). The dark blackish brown pupa lies in a grey-black, ribbed cocoon (Langmaid, Porter & Collins, 2007a).

opmerkingen Bucculatrix albedinella en ulmifoliae werden tot nog toe in Nederland als synoniem beschouwd. Het verschijnen van het artikel van Langmaid ea was aanleiding om het Nederlandse mijnen-materiaal van B. albedinella opnieuw te onderzoeken. Het bleek voor een flink deel te bestaan uit ulmifoliae.

notes Bucculatrix albedinella and ulmifoliae were considered synonymous in the Netherlands until now. The publication of the paper by Langmaid ao occasioned a re-inspection of the Dutch material of B. albedinella. It consisted for a large part of ulmifoliae.

literatuur

references

Beiger (1979a), Borkowski (2003a), Burmann (1991a), Buszko & Beshkov (2004a), Drăghia (1972a), Hering (1931a, 1957a), Kasy (1965a), Klimesch (1956a), Kurz & Embacher (2012a)., Langmaid, Porter & Collins (2007a), Maček (1999a), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Sefrová (2005a), Skala & Zavřel (1945a), Snyers (2008a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1981a).

16/01/2017