Caloptilia azaleella (Brants, 1913)

Lepidoptera, Gracillariidae

Rhododendron spec., België, prov. Luik, Cointe: mijn en bladrol, bovenzijde © Jean-Yves Baugnée

Caloptilia azaleella:  mine on "Azalea"

Rhododendron spec., Belgium, prov. Liège, Cointe: mine and leaf roll, upperside © Jean-Yves Baugnée

onderzijde

Caloptilia azaleella:  mine on "Azalea"

underside

Rhododendron spec., Drachten © Gerrit Tuinstra: mijnen en bladrollen

Caloptilia azaleella:  mine on "Azalea"

Rhododendron spec., Drachten © Gerrit Tuinstra: mines and leaf rolls

mijn Oranjebruine of roestbruine onderzijdige blaasmijn, meestal in de buurt van de hoofdnerf. Tegen het eind van de mineeractiviteit wordt spinsel geproduceerd en trekt de mijn samen, waardoor het blad zich om de mijn heen vouwt. Frass in een hoek van de mijn. Na enige tijd verlaat de larve de mijn en leeft dan vrij in een naar beneden omgerold en met spinsel vastgezette bladtop. Twee van zulke bladrollen worden gemaakt en van binnenuit leeggeten. Pop in een membraneuze, glanzende cocon aan de bladonderzijde.

mine Orange brown to rust-coloured lower-surface blotch, mostly near the midrib. Towards the end of the mining activity silk is deposited in the mine; this causes the mine to contract, folding the leaf over the mine. Frass packed in a corner of the mine. After some time the larva vacates the mine and lives free then in a leaf tip that has been rolled downwards and fixed with silk. Two of such cones are made and eaten out from the inside. Pupation in a membranous, shining cocoon at the underside of a leaf.

waardplanten: Ericaceae, monofaag

hostplants: Ericaceae, monophagous

Rhododendron hinomayo, indicum, simsii.

Op sier-Azalea, meestal in kassen, maar op beschutte plaatsen ook wel in de buitenlucht.

On ornamental Azalea, mostly in greenhouses, but in sheltered situations also in the open.

fenologie Larven in juni, september, en soms nog een laat in het najaar (Emmet ea, 1985a).

phenology Larvae in June, September, sometimes again in late autumn (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot Portugal en Italië, en van Engeland tot Centraal Rusland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Sweden to Portugal and Italy, and from Britain to Central Russia (Fauna Europaea, 2010).

larve Beschreven door SCS Brown (1947a).

larva Described by SCS Brown (1947a).

opmerkingen In kassen soms een plaag.

notes Sometimes a pest in greehouses.

literatuur

references

Aguiar & Karsholt (2006a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Brown (1947a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Dekle (2016a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1925b, 1957a), Huisman & Koster (1994a, 1999a), Huisman ao (2001a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2013a), Shin, Lee & Byun (2015a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szabóky (2012a).

07/02/2017