Caloptilia betulicola (M Hering, 1928)

Lepidoptera, Gracillariidae

Betula pubescens, Vlaardingen (herb. B van As)

Caloptilia betulicola mine

Betula pubescens, Vlaardingen (herb. B van As)

mijntje met begingang; zelfde mijntje in doorzicht

Caloptilia betulicola mine Caloptilia betulicola mine

mine with initial corridor; same mine, lighted from behind

mijn De mijn begint als een moeilijk zichtbaar epidermaal gangetje, vooral gekenmerkt door een roodbruin frasslijntje. In een volgend larvestadium wordt een onderzijdige blaasmijn gevormd, die al spoedig de trekken vertoont van een vouwmijn; de epidermis is bruin. Meestal is de mijn onderzijdig, maar bovenzijdige mijnen zijn niet zeldzaam. De frass ligt in een klomp in een hoek van de mijn. Na het verlaten van de mijn verhuist de larve tweemaal. Eerst leeft hij in een opgerold, soms alleen maar omgeslagen bladrand, later in een blad dat overdwars naar beneden is opgerold, te beginnen bij de bladtop; gewoonlijk wordt daarbij het hele blad opgerold. Verpopping in een witte sterk glanzende perkamentachtige cocon, die met spinsel aan de bladrand is bevestigd.

mine The mine starts with an unconspicuous epidermal corridor, mainly visible by a reddish brown frass line. During the following larval stage a blotch is formed, that quickly develops into a tentiform mine; the epidermis is brown. Generally the mine is lower-surface, but upper-surface mines are not rare. Frass in a mass of grains in a corner of the mine. After having left its mine the larva moves twice. First it lives in a rolled (sometimes just folded) leaf margin, after that in a leaf that is transverely rolled downwards, starting from the leaf tip; generally the entire leaf is involved. Pupation in a white, strongly shining, parchement-like cocoon, that is fixed with silk to the leaf margin.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula, pubecens.

Voorkeur voor opslag en zaailingen.

Preference for suckers and seedlings.

fenologie Larven in mei en juli, poppen in mei-juni en augustus (Emmet, Watkinson & Wilson,1985a).

phenology Larvae in May and July, pupar in May-June and in August (Emmet, Watkinson & Wilson,1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2008).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos (1999a; Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2008).

NE recorded (Kuchlein & de Vos (1999a; Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en het noorden van Europees Rusland tot de Pyreneeën en Alpen, en van Ierland tot Polen en Slowakijë (Fauna Europaea, 2008); ook Iberia (A & Z Laštůvka, 2014a).

distribution within Europe From Scandinavia and the north of European Russia to the Pyrenees and Alps, and from Ireland to Poland and Slovakia (Fauna Europaea, 2008); also Iberia (A & Z Laštůvka, 2014a).

larve Wittig met een lichtbruine kop; het pronotum heeft geen zwarte vlekjes (in tegenstelling tot Parornix betulae).

larva Whitish with pale brown head; pronotum without black spots (contrary to Parornix betulae).

pop Zie Patočka & Zach (1995a), Patočka & Turčáni (2005a), in een glanzende, gelige cocon.

pupa See Patočka & Zach (1995a), Patočka & Turčáni (2005a), in a shiny, yellowish cocoon.

synoniemen Gracillaria betulicola.

synonyms Gracillaria betulicola.

opmerkingen Ook de larven van de meestal niet-minerende vlinderfamilie Tortricidae ('bladrollers') leven vaak in opgerolde bladeren, maar in tegenstelling tot Tortricidae-larven laten Caloptilia -larven de buitenste lagen van het palissadeparenchym onaangeroerd, zodat de opgerolde bladeren groen blijven (Emmet, Watkinson & Wilson,1985a).

notes Also many members of the Lepidoptera family Tortricidae live in leaf rolls. However, contrary to Tortricidae larvae, Caloptilia larvae leave the outer layers of the palissade parenchyma uneaten, causing their leaf rolls to remain green (Emmet, Watkinson & Wilson,1985a).

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buszko (1992c), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Heckford (1986a), Hering (1927b, 1957a), Huisman ao (2009a), Jaworski (2009a), Klimesch & Skala (1936b), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2014a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), De Prins & Steeman (2013a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).

07/04/2017