Caloptilia elongella (Linnaeus, 1761)

Lepidoptera, Gracillariidae

Alnus glutinosa, Nieuwendam; jonge mijn

Caloptilia elongella mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam; young mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam; oude, samengetrokken mijn en bladrol (blad-bovenzijde)

Caloptilia elongella mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam; old, contracted mine and leaf roll (leaf upperside)

zelfde blad, onderzijde

same leaf, underside

Almus glutinosa, Amstelveen; ongewone mijnen, met uitzonderlijke lange beginggangen

Caloptilia elongella mine

Almus glutinosa, Amstelveen; unusual mines, with exceptionally long initial galleries

Alnus glutinosa, België, prov. Henegouwen, Chimay, Etang de Virelles © Stéphane Claerebout

Caloptilia elongella: leaf roll

Alnus glutinosa, Belgium, prov. Hainaut, Chimay, Etang de Virelles © Stéphane Claerebout

bladrol

Caloptilia elongella: leaf roll

leaf toll

volgroeide larve

Caloptilia elongella: mature larva

mature larva

pop in cocon

Caloptilia elongella: pupa in cocoon

pupa in coccoon

mijn De mijn begint als, meestal vrij kort, gangetje, overgaand in, en vaak later overlopen door, een zilverige epidermale bovenzijde blaasmijn met lichtbruine frass. Als de mijn ouder wordt trekt de epidermis zich samen en wordt de mijn blaar- of buisvormig. Al vrij spoedig verlaat de larve de mijn en gaat leven in een naar beneden omgeslagen, met spinsel vastgezette, bladrand. Verpopping in een doorschijnende geelglanzende cocon, meestal aan de bladrand.

mine The mine begins with a, usually rather short, gallery, that opens into (and often is overrun by) a silvery epidermal upper-surface blotch with light brown frass. When the mine gets older it contracts and becomes en elongate blister or even a tube. Soon the larva leaves the mine and continues feeding within a downwards rolled leaf margin, that is fastened with silk. Pupation in a transparant, yellow-shining cocoon, generally at the leaf margin.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus glutinosa, incana.

fenologie Larven zijn gevonden van maart tot october, zonder dat er sprake is van een duidelijk top; overwintering als imago.

phenology Larvae are found from March till October, without a clear seasonal maximum; hibernation as adult.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All of Europe (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka & Zach (1995a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Zach (1995a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Gracillaria elongella.

synonyms Gracillaria elongella.

opmerkingen Ook aan de omgeslagen bladrand is elongella te onderscheiden van de veel zeldzamer C. falconipennella: de bladrol van elongella is veel groter (Huisman ea, 2003a).

notes Also the rolled leaf margin disinguishes elonngella from the much rarer C. falconipennella: the leaf roll of elongella is much larger (Huisman ao, 2003a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1980a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Boot (1989a), Brown (1947a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Corley, Marabuto & Pires (2007a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1972a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1924b, 1957a), Huisman ao (2003a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kozlov & Kullberg (2010a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), De Prins (2010a)l De Prins & Steeman (2013a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Zoerner (1969a, 1970a).

08/02/2017