Caloptilia falconipennella (Hübner, 1813)

Lepidoptera, Gracillariidae

Alnus glutinosa, België, Antwerpen, Wilrijk: geopende mijn; © Chris Snyers

Caloptilia falconipennella mine

Alnus glutinosa, Belgium, Antwerp, Wilrijk: opened mine; © Chris Snyers

zelfde blad, een paar dagen later: de larve heeft zijn eerste bladrol gemaakt

Caloptilia falconipennella leaf roll

same leaf, a few days later: the larva has made its first leaf roll

Alnus glutinosa, België, prov. Henegouwen, Chimay, Etang de Virelles © Stéphane Claerebout

Caloptilia falconipennells: leaf roll

Alnus glutinosa, België, prov. Henegouwen, Chimay, Etang de Virelles © Stéphane Claerebout

mijn Kleine (ca 10 mm lange), onderzijdige blaasmijn nabij de bladrand, met een bruinige onderepidermis. In feite is het een vouwmijn, maar er wordt slechts weinig spinsel gemaakt, zodat de mijn niet sterk samentrekt. De mijn wordt voorafgegaan door een zeer korte begingang, die door de latere blaas wordt overlopen.

De oudere larve verlaat de mijn, en vreet dan onder een naar beneden omgevouwen en vastgesponnen deel van de bladrand. Dit laatste herhaalt hij twee of drie maal, maar niet per se op hetzelfde blad. Het feit dat er soms geen bladrollen worden gemaakt, maar delen van het blad worden omgevouwen doet veeleer denken aan het werk van een Paronix (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a).

mine Small (up to 10 mm long), lower-surface blotch near the leaf margin, with a brownish lower epidermis. The mine in fact is a tentiform mine, but so little silk is produed that the blotch hardly contracts at all. The mine is preceded by a quite short corridor, that is overrun by the later blotch.

The older larva leaves its mine and starts feeding under a flap of the leaf margin that is folded down and fixed with silk on the blade underside. Two or three such folds are made, not necessarily on the same leaf. The fact that sometimes no leaf rolls are made, but parts of the leaf are folded downwards rather makes one think of the work of a Parornix (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a).

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus glutinosa.

fenologie Larven in in mei-juni en augustus-september; overwintering als imago (O'Keefe, 1996a).

phenology Larve in May-June and August-September; hibernation as adult (O'Keefe, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a; De Prins & Steeman, 2007).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Micrlepidoptera.nl, 2008).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (De Prins, 1998a; De Prins & Steeman, 2007).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Balkanschiereiland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Entire Europe, except the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2008).

larve Wittig met lichtbruine kop (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a).

larva Whitish with pale brown head (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a).

pop Zie Patočka (2001b), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka (2001b), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Caloptilia oneratella (Zeller, 1847) is volgens O'Keefe (1996a) de zomergeneratie van falconipennella.

synonyms Caloptilia oneratella (Zeller, 1847) is the summer generation of falconipennella (O'Keefe, 1996a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buszko (1992b), Deutschmann (2010a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1957a), Huisman & Koster (1999a), Jaworski (2009a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2011a, 2014a), Maček (1999a), O'Keeffe (1996a), Opheim (1977a), Patočka (2001b), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (2010a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).

08/09/2016