Caloptilia flava (Staudinger, 1871)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Ovipositie aan de onderzijde van het blaadje. Vandaar looopt een smalle, epidermale gang die zo sterk gewonden kan zijn dat het op een secundaire blaas lijkt. Hierop aansluitend wordt een onderzijdse vouwmijn gemaakt van 6-9 mm lang, met een duidelijke lengteplooi, die het blaadje naar onder doet vouwen. Tenslotte verlaat de larve de mijn, spint twee deelblaadjes met de bovenzijden op elkaar en graast die vervolgens van binnenuit leeg.

mine Ovipostion at the underside of a leaflet. From there runs a narrow, shallow corridor that may be so strongly contorted as to suggest a secondary blotch. This is continued into a lower-surface tentiform mine of 6-9 mm long, with a longitudinal fold, that causes the leaflet to curl over. Finally the larva leaves to mine, spins two leaflets with their upper surfaces together, and grazes them from the inside.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Faabaceae, monophagous

Glycyrrhiza echinata.

fenologie Larven waargenomen begin september.

phenology Larvae observed in early September.

verspreiding binnen Europa Zuid-Rusland, Rhodos (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Soth Russia, Rhodes (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Caloptilia glycyrrhizae Deschka, 1979.

synonyms Caloptilia glycyrrhizae Deschka, 1979.

literatuur

references

Descka (1979a).

modif. 20.vii.2009