Caloptilia populetorum (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Gracillariidae

Betula pendula, boswachterij Gieten, vroege bladrol; © Kees Boele

Caloptilia populetorum leaf roll

Betula pendula, forestry Gieten, early leaf roll; © Kees Boele

laatste bladrol

Caloptilia populetorum leaf roll

final leaf roll

Betula pendula, België, Luik, Terril Batterie Nouveau: cocon (determinatie niet zeker, zou ook betulicola kunnen zijn); © Jean-Yves Baugnée

Caloptilia cf populetorum: cocoon n Betula pendula

Betula pendula, Belgium, Liège, Terril Batterie NouveauL cocon (identification uncertain, betulicola is possible as well); © Jean-Yves Baugnée

mijn De mijn is aanvankelijk epidermaal, en vrij groot, soms de hele lengte van het blad beslaand. In een later stadium vreet de larva aan het parenchym onder de epidermis, en gaat de mijn over in een echte vouwmijn. In dit stadium wordt het blad sterk opgebold. De epidermis is bruin. De mijn kan zowel onderzijdig als bovenzijdig zijn. Na het verlaten van de mijn verhuist de larve tweemaal. Eerst leeft hij in een opgerold, soms alleen maar omgeslagen bladrand, vervolgens leeft hij in een in de lengte opgerold blad. Verpopping in een cocon aan de bladonderzijde.

mine At first the mine is epidermal and rather large, sometimes even occupying the entire length of the leaf. At a later stage the larva begins to consume the tissue below the epidermis, and the mine becomes a tentiform one; the leaf is strongly contracted by then. The epidermis is brown. The mine may be lower-surface or upper-surface. After the mine has been vacated the larva moves twice. At first it lives in a rolled, sometimes just folded, leaf margin, next in a leaf that has been rolled lengthwise. Pupation in a acoccon at the underside of a leaf.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula pendula, pubescens.

Uitgesproken voorkeur voor B. pendula, zulks in tegenstelling tot C. betulicola, die indifferent is (Buszko. 1992c).

Clear preference for B. pendula, contrary to C. betulicola, which is indifferent (Buszko. 1992c).

fenologie Larven in juli-augustus, poppen in eind juli-september (Emmet ea, 1985a).

phenology Larvae in July - August, pupae in end-July - September (Emmet ao, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Steeman & De Prins, 2005a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Steeman & De Prins, 2005a).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd Italië, het Balkan-Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europ, except Italy, the Balkan Peninsula and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009).

larve Wittig, de kop bleekbruin; geen zwarte vlekjes op het pronotum (Brown, 1947a).

larva Whitish, head light brown; pronotum without black markings (Brown, 1947a).

pop Zie Patočka & Zach (1995a) en Patočka & Turčáni (2005) voor een beschrijving van de pop. Cocon wittig onder een bnaar beneden omgeslagen bladrand, vaak van de bladrol.

pupa Described by Patočka & Zach (1995a) and Patočka & Turčáni (2005). Cocoon whitish, under a downfolded leaf margin, of of the leaf roll itself.

synoniemen Gracillaria populetorum.

synonyms Gracillaria populetorum.

opmerkingen De ongelukkige soortsnaam heeft tot nogal wat verwarring geleid. Zo staat de soort opgenomen in een tabel voor de populieren-mineerders door Hering (1927a) en wordt hij door Delplanque (1998a) vermeld als aantaster van ratelpolier en wilg.

notes The unfortunate species name has caused quite some confusion. The species is included in a key to the Poplar miners by Hering (1927a) and accused of damage to Aspen and Willow by Delplanque (1998a).

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buhr (1935a, 1936a, 1964a), Burmann (1943a), Buszko (1992b,c), Buszko & Beshkov (2004a), Delplanque (1998a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1923a, 1957a), Huisman & Koster (1994a), Jaworski (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), Leutsch (2011a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), De Prins (2010a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Steeman & De Prins (2005a), Szőcs (1977a).

05/03/2013