Caloptilia rufipennella (Hübner, 1796)

Lepidoptera, Gracillariidae

Acer saccharinum, Amsterdam

Caloptilia rufipennella mine

Acer saccharinum, Amsterdam

beginmijn; het iriserende vlekje rechts is het lege eischaaltje

Caloptilia rufipennella young mine

initial mine; the iridescent patch at right is the empty egg shell

mijn Het allereerste deel van de mijn is een lastig zichtbaar onderzijdig kort epidermale gangetje. Dit gaat over in een kleine driehoekige blaasmijn, meestal in een nerfoksel; de mijn is tamelijk doorzichtig en meet overlangs ca 6 mm. Oudere larven leven vrij, in een tot een kegel neerwaarts samengesponnen top van een bladlob. In de loop van zijn leven maakt de larve drie (zelden twee) van zulke kegels, opeenvolgend in grootte, al dan niet op hetzelfde blad; de eerste is niet veel meer dan een omgeslagen bladrand. Verpopping in een membraneuze, gelige cocon aan de bladonderzijde.

mine The mine begins as an inconspicuous, lower-surface, epidermal corridor. This widens into a smallish triangular blotch, usually in the axil of a vein; the mine is fairly transparant, and is about 6 mm in length. Older larvae live free, in in a lobe of the leaf that has been forced downwards and rolled into a cone. In the course of its development the larva makes three (rarely two) of such cones, ascending in size, on the same leaf or not; the first is no more than a downfolded leaf margin. Pupation in a membranaceous, yellowish cocoon at the underside of a leaf.

waardplanten: Sapindaceae, monofaag

hostplants: Sapindaceae, monophagous

Acer negundo, platanoides, pseudoplatanus, saccharinum.

In Engeland vrijwel uitsluitend op A. pseudoplatanus.

Bengtsson & Johansson (2011a) noemen naast A. pseudoplatanus ook A. campestre als waardplant; dat is verrassend.

In Britain almost exclusively on A. pseudoplatanus.

Bengtsson & Johansson (2011a) mention, next to A. pseudoplatanus also A. campestre s a host plant; this is surprising.

fenologie Larven treden op tussen juni en october, met een piek in juli.

phenology Larvae from June to October, peaking in July.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel heel Europa, uitgezonderd Ierland en het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost all Europe, except Ireland and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

larve Groenig, met een lichter gekleurde kop.

larva Greenish, head lighter.

pop Zie Patočka & Zach (1995a) of Patočka & Turčáni (2005a) voor een beschrijving.

pupa See Patočka & Zach (1995a) or Patočka & Turčáni (2005a) for a description.

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buszko (1992b), Corver, Muus & Ellis (2011a), Csóka (2003a), Deschka & Wimmer (2000a), Deutschmann (2008a), Emmet (1971b, 1975a, 1986b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hartig (1939a), Hering (1934b, 1939a, 1957a), Huber (1969a), Jaworski (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Langmaid & Young (2009a), O'Keeffe (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), J De Prins (2011a), W De Prins (1998a, 2010a), Robbins (1991a), Shaw (1984a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Tomov & Krusteva (2007a).

20/11/2014