Caloptilia semifascia (Haworth, 1828)

Lepidoptera, Gracillariidae

Acer campestre, Engeland; © Rob Edmunds

Caloptilia semifascia leaf roll

Acer campestre, Britain; © Rob Edmunds

mijn Het allereerste deel van de mijn is een moeilijk zichtbare onderzijdige korte epidermale gang. Deze gaat over in een klein driehoekig blaasmijn, meestal in een nerfoksel; de mijn is tamelijk doorzichtig. Oudere larven leven vrij, in een tot een kegel neerwaarts samengesponnen bladlob. In de loop van zijn leven maakt de larve drie van zulke kegels, opeenvolgend in grootte, al dan niet op hetzelfde blad. Verpopping in een perkamentachtige, glanzende, geelwitte cocon, meestal aan de blandrand (Emmet ea, 1985a).

mine The mine begins as an inconspicuous, short, lower-surface epidermal gallery. This widens into a small triangular blotch, usually in a vein axil. The mine in this stage is rather transparant. Older larvae live free in a leaf cone, made by folding down a leaf segment. In the course of its free life the larva makes three cones, of increasing size, either on the same leaf or not. Pupation in a flat, parchement-like, shining, yellowish white cocoon on either side of the leaf, generally near the margin (Emmet ao, 1985a).

waardplanten: Sapindaceae, nauw monofaag

hostplants: Sapindaceae, narrowly monophagous

Acer campestre.

Zelden overlopend op Acer pseudoplatanus (Emmet ea, 1985a).

Rarely transgressing to Acer pseudoplatanus (Emmet ao, 1985a).

fenologie Larven in twee generaties, mei-juni en juni-juli (Emmet ea, 1985a, Langmaid ea, 2011a).

phenology Larvae in two generations, May-June and June-July (Emmet ea, 1985a, Langmaid ea, 2011a)

BENELUX

BE waargenomen (de Prins & Spronck, 2004a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

BE recorded (de Prins & Spronck, 2004a).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2011).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees, Italy, and Bulgaria, and from Britain to South Russia.

larve Bleekgroen, kop lichtbruin.

larva Pale green, head capsule light brown.

synoniemen Caloptilia onustella (Hübner, 1813) (cf De Prins & De Prins, Global Taxonomic Database of Gracillariidae (Lepidoptera), 2011); Caloptilia hauderi bij Britse authors (cf Langmaid ao, 2011a).

synonyms Caloptilia onustella (Hübner, 1813) (cf De Prins & De Prins, Global Taxonomic Database of Gracillariidae (Lepidoptera), 2011); Caloptilia hauderi of British authors (cf Langmaid ao, 2011a).

opmerkingen Mijnen vooral in de hogere delen van de kroon (2-4 m), in bomen die in bos staan, niet in heggen (Emmet ea, 1985a).

notes Mines mainly in the higher parts of the crown (2-4) of trees growing in forests; not in hedgerows (Emmet ao, 1985a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Bengtsson (2011b), Brown (1947a), Buszko (1992b), Corver, Muus & Ellis (2011a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1924b, 1934b, 1957a), Huemer (2012a), Huemer & Erlebach (2003a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1950c), Langmaid, Sattler & Lopez-Vaamonde (2011a), Macek (1999a), Opheim (1977a), De Prins (2011a), De Prins & Spronck, 2004a, Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Skala & Zavrel (1945a), Sønderup (1949a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a).

14/01/2013