Caloptilia suberinella Tengström, 1848

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn onbekend, maar zie onder

mine unknown, but see below

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula

fenologie Imagines in agustus-september en (na de overwintering) mei-juni (Bengtsson & Johansson, 2011a).

phenology Adults in August - September and (after hibernation) May - June (Bengtsson & Johansson, 2011a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2011).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot Zwitserland en de Ukraïne, en van Nederland tot Centraal Rusland (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe From Fennoscandia and North Russia to Switzerland and the Ukraine, and from the Netherlands to Central Russia (Fauna Europaea, 2011).

larve & pop onbekend

larva & pupa unknown

opmerkingen C. suberinella wordt beschouwd als een dubbelsoort van Caloptilia populetorum; daarom wordt vermoed dat mijnen, larven en poppen van beide soorten weinig of niet van elkaar zullen verschillen.

notes C. suberinella is considered a sibbling species of Caloptilia populetorum; therefore it is expected that the mines, larvae and pupae of both species will differ little or nothing at all.

literatuur

references

Bengtsson (2011a), Bengtsson & Johansson (2011a), Hering (1957a), Kozlov & Kullberg (2010a), Landry ao (2013a), Opheim (1977a).

08/02/2017