Calybites quadrisignella (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Aanvankelijk een onderzijdig, epidermaal gangetje, dat overgaat in een kleine, voldiepe blaasmijn in een nerfoksel. Meeste frass geconcentreerd in de nerfoksel. De oudere larve leeft vrij in een omgerolde bladrand.

mine Initially a lower-surface, epidermal corridor, widening into a small full depth blotch in a vein axil. Most frass concentrated in the axil. The older larva lives free within a rolled leaf margin.

waardplanten: Rhamnaceae, nauw oligofaag

hostplants: Rhamnaceae, narrowly oligophagous

Frangula alnus; Rhamnus cathartica, imeritina, saxatilis subsp. tinctoria.

fenologie Larven in mei-juni en augustus-september.

phenology Larvae in May - June and August - September.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Polen en Duitsland tot Italië, Hongarijë en Roemenie; ook Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Poland and Germany to Italy, Hungary and Romania; also Russia (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Euspilapteryx, Eucalybites, quadrisignella.

synonyms Euspilapteryx, Eucalybites, quadrisignella.

literatuur

references

Buszko (1992b, Hering (1957a), Jaworski (2009a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Sefrová (2005a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).

06/02/2017