Capsula algae (Esper, 1789)

Lepidoptera, Noctuidae

mijn Onregelmatige interparenchymale, slordig uitgerande gang, later blaasmijn. Frass korrelig, bruin, in hoeken van de mijn. Na verloop van tijd leeft de larve verder als stengelboorder.

mine Irregular, interparenchymatous corridor; sides untidily scalloped out. Frass granular, brown, in corners of the mine. In the end a blotch. After some time the larva continues as a stem borer.

waardplanten: Polyfaag op helofyten.

hostplants: Polyphagous on helophytes.

Iris pseudacorus; Scirpus lacustris; Typha.

fenologie Larven mei-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May - June (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Europe, except the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam bleekgroen met een smalle felgroene dorsale lijn; pinacula zeer klein, zwart; setae kort. Kop, prothoracale en anale plaat glimmend lichtbruin.

larva Body pale green with a narrow bright green dorsal line; pinacula very small, black; setae short. Head, prothoracic and anal plates shining light brown.

pop Zie Patočka & Turčáni (2005a). Kop in de stengel gewoonlijk omhoog gericht (Hering, 1957a).

pupa See Patočka & Turčáni (2005a). Head in the stem generally pointing upwards (Hering (1957a).

synoniemen Archanara, Globia algae; Archanara, Nonagria, cannae (Ochsenheimer, 1816).

synonyms Archanara, Globia algae; Archanara, Nonagria, cannae (Ochsenheimer, 1816).

literatuur

references

Hering (1957a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Skala (1948a), Szőcs (1977a).

29/02/2012