Caryocolum alsinella (Zeller, 1868)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn De jonge larven mineren, maar de mijn wordt niet beschreven. Later leven ze in de bijeengesponnen bloeiwijze (Bland ea, 2002a).

mine The young larvae mine, but the mine is not described. Later they live in the inflorescence, that is spun together (Bland ao, 2002a).

waardplanten: Caryophyllaceae, oligofaag

hostplants: Caryophyllaceae, oligophagous

Arenaria montana; Cerastium arvense, diffusum, fontanum, semidecandrum; Minuartia verna; Moehringia; Stellaria.

fenologie Minerende larven in mei (Bland ea, 2002a).

phenology Mining larvae in May (Bland ao, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Heel Europa, maar lijkt te ontbreken in Rusland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe All Europe, but seems to be mising in Russia (Fauna Europaea, 2010).

larve Geel of lichtgroen, met een zwarte kop, en een roodbruin pronotum met een zwarte plaat; pinacula zeer klein, zwart (Bland ea, 2002a).

larva Body yellow or light green, head black; pronotum reddish brown with a black plate; pinacula minute, black

literatuur

references

Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Huemer & Karsholt (2010a), Klimesch (1954a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a) van Nieukerken, Gielis, Huisman, Koster, Kuchlein, van der Wolf & Wolschrijn (1993a), De Prins (1998a).

02/04/2017