Chrysoesthia atriplicella (Amsel, 1939)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn Voldiep, ietwat golvend gangetje, voortgezet in en transparante blaas. Frass in de gang in een onderbroken lijn, in de blaas in een brede band. Verpopping extern.

mine Full depth, somewhat undulating corridor, continued in a transparant blotch. Frass in the corridor in an interrupted line, in the blotch in a broad strip. Pupation external.

waardplanten: Amaranthaceae, nauw monofaag

hostplants: Amaranthaceae, narrowly monophagous

Atriplex halimus.

fenologie Larven in april-mei.

phenology Larvae in April - May.

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Sardinië.

distribution within Europe Southern France, Sardinia.

synoniemen Microsetia atriplicella.

synonyms Microsetia atriplicella.

literatuur

references

Hering (1957a).

modif. 20.viii.2009