Cnephasia asseclana (Denis & Schiffermüller, 1775)

Lepidoptera, Tortricidae

Ranunculus acris, België, prov. Namen, Beauraing, RN Rend Peine © Stéphane Claerebout: de vrijlevende larve leeft in een samengesponnen blad

Cnephasia asseclana: larve in folded leaf of Ranunculus acris

Ranunculus acris, België, prov. Namen, Beauraing, RN Rend Peine © Stéphane Claerebout: the free living larvae remains in a spun leaf

opengevouwen blad

Cnephasia asseclana: larve in folded leaf

opened leaf

larve

Cnephasia asseclana: larve

larva

detail met anale plaat en kammetje

Cnephasia asseclana: larve: anal plate & comb

detail with anal shield and comb

pop in cocon

Cnephasia asseclana: pupa

pupa in cocoon

mijn Klein, voldiep mijntje van onbepaalde vorm; weinig frass. De larve verlaat spoedig de mijn en leeft daarna tussen samengesponnen bladeren.

mine Small, full depth mine without a definite shape; little frass. The larva soon leaves the mine and continues feeding among spun leaves.

fenologie Larven van herfst tot volgend voorjaar, maar minerend gewoonlijk alleen in het najaar (Robbins, 1991a).

phenology Larvae from autumn till spring next year, but mining larvae generally only in autumn (Robbins, 1991a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe (Fauna Europaea, 2009).

larve Lichaam geelbruin tot grijs. Kop lichtbruin tot bruin. Prothotarcale en anale plaat zwartbruin met lichte voorrand. Pinacula zwart (in tegenstelling tot C. incertana); segment 10 met een anale kam (in tegenstelling tot C. stephensiana). Zie Mackay (1962a) voor een uitvoerige beschrijving van chaetotaxie en morfologie.

larva Body yellowish brown to grey. Head pale brown to brown. Prothoracic and anal plate blackish brown with a light anterior margin. Pinacula black (contrary to C. incertana); segment 10 with an anal comb (contrary to C. stephensiana). See Mackay (1962a) for a detailed description of chaetotaxy and morphology.

synoniemen Cnephasia interjectana Haworth, 1811; C. virgaureana Treitschke, 1835.

synonyms Cnephasia interjectana Haworth, 1811; C. virgaureana Treitschke, 1835.

opmerkingen Ondanks de lange lijst van waardplanten worden in de Nederlandse praktijk de mijnen maar hoogst zelden waargenomen.

notes Despite the long list of host plants, mines in practice are found only very rarely in the Netherlands.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1955a), Buhr (1935a, 1953a), Hering (1934b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Mackay (1962a), Robbins (1991a), Skala (1951b), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a).

24/06/2015